| 1 |
 |
“...1
f
18 DE MARQUIS DE BOÜILLÉ,
Eens wreevlen vijands, trots op zijne onmenschlïjkheden,
Verhaalen zullen ’t leed, van zijn geweld geleden.
Gij fchrikt ? herdel uw’ geest: uw tegenwoordigheid
Is ons ten hoogden nut, gepaard met uw beleid.
Herfteluw’geest,mevrouw... Wat gloedftraaltuituweoogen?
FRANC IS CA.
*
Ik ftaa om uW ontwerp verrukt en opgetogen.
Betoog, betoog mij fïegts de minde mooglijkheid
Dat gy ’t volvoeren kunt; en ik, ik ben bereid,
’k Ben vaardig wat ik kan te doen voor uw belangen.
ERNESTUS.
6 Hemel! welk een gaê mogt ik van u ontfangen!
Mijn waardde!... Ja, gijzelf zult deelen in den roem.
KAREL.
Is ’t mooglijk dat ik u den moed der braaven noem’,
Die zich, daartoe genoopt,zelfs binnen weinig donden,
Bij hand, en mondden eede,aan ons op 't derkst verbonden,
Om, vóór de dagefcrad thans de oosterkim me groet,
Ons leed te wreeken op den Bsitfchen beulcndoet.
’tOntwerp,doorofisgefmeed,moog’hoogstgevaarlijkwezen;
De moed, die elk bezielt, verbant al 't...”
|
|