Your search within this document for 'koto' resulted in two matching pages.
1

“... Javaansch en drie Afrikaansche exemplaren zijn afge- beeld. Schmeltz, Ethnograph. musea, geeft (bl. 24) afbeel- dingen van speelborden van Java, van Suriname, van Z.W.-Afrika en van Liberia. Dan, in de derde plaats, de kwakwa-bank. Een kwa- kwa men raadt het reeds is een eend; maar het ver- band tusschen deze bank en den vogel ontgaat mij. Tenzij de vogels die op het Artis-exemplaar prijken eenden zijn. Pleyte heeft daarover geschreven in Globus van 1896, dl. 69 bl. 370, en deze kwakwa-bank is afkomstig van J. A. da Silva die haar kocht van een ouden Boschneger. Volgens het Globus-artikel zou de bank worden gebruikt bij den nachtelijken dans die doe heet (W. I. Encycl. 261), maar ook deze kant van het leven der Boschnegers is nog geenszins helder. De nabootsingen van vogels en de kaarsen doen vermoeden, dat de kwakwa-bank het pro- dukt is eener kruising van heidensche en Christelijke op- vattingen en gebruiken. Van de levende have is spoedig verteld: twee koto- misies...”
2

“...280 DE WEST-INDISCHE AFDEELING OP DE PetroneUa la Par. Zij maken ook dameshoeden in den tegenwoordigen capsule-vorm, en aardig is een tableau met de te onderscheiden soorten roosjes die het begin der historie zijn, nl. het middelpunt van den bol, waarmede het vlechten aanvangt. Op een prentbriefkaart van het fotobureau Meyrink te Arnhem kan men de meisjes aan het werk zien. Monsters van het vlechtstroo, Carludovica (niet Caludovica) waren aanwezig. Ook veel bekijks had- den de kotomisies (koto = rok, misi juffrouw) in pop- vorm-----men moet het artikel Kleederdracht eens le- zen in de Encyclopaedic. Afzonderlijk liggen de katoen- tjes waarmede ze het hoofd sieren, hoofddoeken dus, tai- hd, afgrijselijke patronen, maar indien ze deze alle- maal dragen ginds, dan gaat de invoer ongehinderd voort. Bij Joest zijn de kotomisies in al haar breedte afgebeeld, en ook de uitgepakte. Boeken waren er ook een partij be- langrijke periodieken en kaarten, zoodat iedereen om...”