| 1 |
 |
“...9
„ heeft er vermaak in de kleine beleefdheden der samen-
leving na te apen. Hij veracht zich zelven en zou
„ waarschijnlijk tevreden zijn een maand lang honger
„te lijden, indien hij voor één dag blank kon zijn en
„toch heeft hij. gaarne, dat men hem eerbied bewijst;
„zwarte, die hij is, denkt hij steeds aan zijn eigen waar-
digheid.”
„Ik geloof niet dat opvoeding veel voor hem gedaan
„heeft in de West. Hij kan steeds waarnemen, doch
„zelden redeneeren. Ik wil hiermee niet zeggen, dat hij
„volstrekt geen verstand heeft. Hij maakt gevolgtrek-
„kingen, doch hij strekt ze niet ver uit. Ik geloof, dat
„hij zelden het doel van naarstigheid en braafheid of
„de gevolgen van eerlijkheid begrijpt. Hij is niet altijd
„lui, misschien niet altijd onoprecht en zeker niet altijd
„een dief, doch zijn beweegredenen zijn vrees voor
„onmiddellijk volgende straf of hoop op onmiddellijk
„volgende belooning. Eenige deugden neemt hij over
„omdat zij de deugden der blanken zijn. (pg 57...”
|
|