| 1 |
 |
“..., Bonaire, Aruba,
ot. Lustatius, Saba en St. Martin, daaraan aansluiten eenige
algemeene opmerkingen ook in verband met feiten waargenomen
in Demerara, op Barbados, Trinidad en Granada, te Washington
en New-York. Wat deze plaatsen betreft, verwijs ik overigens
in nooidzaak naar § 4 van mijn verslag aan den Gouverneur
van Suriname omtrent mjjn reis daarheen. In de slotwoorden'
Za v i oueenzetten t wat mijns inziens te «doen zou znn ter
verbetenng van de landbouwtoestanden op de Nederlandsche
Antillen. Vervolgens zal ik als aanhangsel mijn waarnemingen
omtrent de sisalkultuur meedeelen en de vraag bespreken in
hoeverre deze kans van slagen zou hebben op Curasao.
Voordat ik tot mijn eigenlijke verslag overga, moet ik echter
eerst mijn dank uitspreken aan al degenen, die mij bn mijn
taak behulpzaam zjjn geweest. Zonder alle namen te noemen,
moet ik toch in het bizonder vermelden den Gouverneur van
bura^ao, Jhr. J. O. de Jong van Beek en Donk, die tijd noch
moeite gespaard heeft...”
|
|