| 1 |
 |
“...12
(Swietenia Mahagony), advocaat (Persea gratissima), papaja
(Carica Papaya), kasjoe (Anacardium occidentale), kokospalm
(Cocos nucifera), koningspalm (Oreodoxa regia), bananen en
bacoves (Musa sapientum). In de tweede plaats, de zoogenaamde
tropophile (die zoowel in vochtige als in meer droge streken
kunnen voorkomen): knip (Melicocca bjjuga), kalebassenboom
(Crescentia Cujete), kers (Malpighia glabra), pokhout (Guajacum
ofdeinale), manhage (Oordia Sebestena), guava (Psidium Guayava),
frangepane (Plumiera). Verder de meer xeropliile: vijg (Ficus
Carica), granaatappel (Punica Granatum), oranje, sinaasappel,
citroen, enz. (Citrussoorten), oleander (Nerium Oleander), de
zoogenaamde olijf (Bontia daphnoides), dadel (Phoenix dactylifera),-
zeedruif (Coccoloba uvifera), eindelijk de geheel xerophile:
divi-divi (Caesalpinia coriaria), brasilet (Haematoxylon Brasiletto),
indio (Prosopis juliflora) en onder de uitsluitend wilde planten
wabi (Acacia macrantha). Tot de niet...”
|
|
| 2 |
 |
“... verschrikkelijk verwaarloosd toen hij er kwam, alles
zat vol doornstruiken, vooral wabi {Acacia macrantha). Hij
begon nu met de onderneming te zuiveren van onkruid, goede
omheiningen werden gemaakt, putten gegraven , daarop Ameri-
kaansche windmolens geplaatst en leidingen over de geheele
onderneming gelegd. Alle grond wordt nu omgewerkt, er wordt
veel geploegd en goed bemest en het resultaat is, dat het geheel
er op het oogenblik uitstekend uitziet. Men bedenke daarbij,
dat dit bereikt is in eenige jaren, die als buitengewoon droog
bekend staan, terwijl de heer Jones oorspronkelijk geen land-
bouwkennis bezat, maar zich met behulp van boeken op de
hoogte gesteld heeft. Er zijn twee hofjes; in het groote vindt
men behalve sorghum een massa vruchtboomeu en wel niet
alleen oude hoornen zooals op de meeste andere ondernemingen,
er wordt hier geregeld bijgeplant en de jonge hoornen zien er
uitstekend uit. Ik noem onder de boomen uit dit hofje manga.s,
sapodilles, citroenen , knippen...”
|
|
| 3 |
 |
“... beeft van den handel en
niets van den landbouw, die geheel als assebepoetster wordt be-
handeld.
De voorstellen ter verkrijging van deskundige voorlichting
van den landbouw heb ik wel in het bovenstaande al eenigszins
aangeduid, maar ik zal ze in uitgewerkten vorm aan het einde
van dit rapport aan geven in verband met hetgeen ik op de
andere Nederlandsche eilanden waarnam.
3. Bonaire.
Op Bonaire worden in het algemeen dezelfde toestanden als
op Ouragao gevonden, alleen zijn de misstanden hier nog eenigs-
zins erger dan op het grootere eiland. Ik kan daarom kort zy’n.
daar ik telkens verwijzen kan naar hetgeen over Curacao werd
medegedeeld.
Oosteljjk van Kralendijk vindt men, naar het Zuiden toe, lage
terreinen uit koraal bestaande, met enkele verspreide boompjes,
vooral divi-divi, wabi, brasilet, manzanilla, enz. Hier en daar
staan eenige aloëplanten, die op resten van kuituur wijzen. Nog
meer zuidelijk liggen groote zoutpannen van de Zoutpan- en
Cultuurmaatschappij...”
|
|