| 1 |
 |
“...(15)
Bouwen, Zegenen, Zwaaien, Borduren, [ Naaien, Breiden, Branden, [i Verbergen, Berekenen, Vieren, Fabrikaa. Biendisjonaa. Zwaai. I Bordier. ; Koose. | Brei. Kimaa. Skoondee. Kalkoelaa. Seelebraa.
I Van den hemel en de aar- de in het algemeen. De Godheid, j: De Schepper, De Almachtige, De Zaligmaker, l, Heiligmaker, De Middellaar, De Trooster, 1 De Heilige Geest, De Maagd Maria, Een engel, : De duivel, Het paradys, ; De hel, Het vagevuur, Het leven, De dood, 1 De eeuwigheid, ; De zaligheid, Een Heilige, Een Christen, ; Een Boomsch Katholle- Di cielae i tera en] y generaal. Dibienidad. Kriadoor. Todopodoxoso. Salbadoor. Santiefiekadoor. Mediadoor. < Koonsoladoor. Spirietoe Santoe. Biergen Maria. Oen angel. Diabel. Paradys. Fimoe. Poergatoria. Bida. Morto. Eternidad. Bienabeentoeranza. Oen Santoe. Oen Kriestiaan. Oen Katolika.
i ke, Een Israliet, : Een Turk, Oen Hoediuw. Oen Toerkoe....”
|
|
| 2 |
 |
“...( 16 )
Een Heiden,
E'en PrQtestantr
Ben Hervormde,
En Lutheraan,
Een Remonstrant,
De Bybe,
Het Evangelie,.
De wet,
De Tien Geboden,
Het Onze Vader,
Het Geloof,
De Catheehismus,
Een Psalm,
Een Gezang,
De Hoofdstoffen, enz.
De nartuHr,
Het heelal,
De wereld,.
De lucht,
Het vuur,
Het iftspansel,
Het water,
De aarde,
De hemel,
De zee,
De Zon,
De Tieuwe Maan,
Het Eerste kwartier,
De Volle Maan,
Het Laatste kwaartier,
Eene verduistering, :
Het licht,
D duisternis,
Eene ster,
! Oen Salvage.
< Oen Protestant,
j Oen Hervormde.
I Oen Loeteranoe.
j Oen Remonstrant.
( Bybel,
S Evanhelie.
Lei.
l Dies Mandameentoe- j
j nan.
Noos Taata.
! Kredoe.
< Kategiesmoe.
f Oen Pesalm.
5 Oen Kantika.
I Hlemeentoenan, etc.
Natoeralesa.
S Oeniversoe. i L
; Moendoe.
i Aire.
j Kandeela.
! Fiermameentoe.
v Awa.
Tera.
Cieloe.
S Lamaa.
Solo.
! Loena Fobo.
| Promee kwartoe dt
v Loena.
( Loena Jeen.
\ Laste kwartoe di Loena..
) Oen ekleeps.
< Loesa...”
|
|
| 3 |
 |
“...(70)
Gij zult wel koffie drin-j
ken ?
Hebt gij liever chocola-
de?
Zoo als u believen zal,
Wat zegt gij van Hol-
land ?'
Het is een zeer schoon
land,
Ik heb overal schoone
buitenplaats gezien,
Schoone gebouwen,
' Wat zeide men te Parijs
. op uw vertrek ?
Men sprak er van vrede
met Engeland,
- Gij zijt over land geko-
men ?
Ik ben door Brussel ge-
komen, !
Het is eene sclioone stad,
' Waar hebt gij dezen
nacht geslapen, <
In het Hotel den Roo-
den Leeuw,
Het is een goed hotel,
Men wordt er zeer wel
bediend, **) Mtott
Hebt gij geld noodig ?
Ik heb twee duizend gul
den noodig,
Gij zult ze fluksch heb-
ben/ y 1)0 l 1
Doe ons de eer van mid
dag met ons te eten,
Lo bo beebee koffi anto?
Bo kiee mihoo tjoekoe-
latoe?
Koom koe bo ta goestaa.
Kieko bo tabisa di Oe-
landa ?
Ta oen masjaa boenita
tera. .
Mi a weita toer partie
boenita koenoekoe.
Boenita kaasnan.
Kiko nan disiena Paris
ora koebo a salie ?
Han tabata papiaa di
pas koe1 Inglatera...”
|
|