Your search within this document for 'tabata' resulted in ten matching pages.
1

“...(45) Dek n, Neem uwen hoed af, Spreek met mij, Spreek Hollandsch, Haast u, Laat dat staan, Dat deugt niet, Dat is goed, Dat is beter, Geef mij bier, Geef mij brood, Hebt gij gedronken ? Hebt gij gegeten? Ga heen, Kom ras weder, Waar komt gij vandaan?? Di oenda bo ta binie i Waar zijt gij geweest v Oenda bo tabata ? Hebt gij God gebeden?' Bo apidie Dios? Hebt gij ontbeten? Boaalmoezaa? Hebt gij uwe les geleerd?; Bo a sienja bo les ? Kent gij uwe les wel? Bo saabie bo les boon ? Wat hebt gij van daag Kieko b a hacie awee ? gedaan? Wat wilt gij doen ? ( Kieko bo kie hasie ? Wat wilt gij zeggen? > Kiko b.o ki bisa ? Welk is uw voornemen ?> Kiko ta bo inteensjoon ? Welke is uwe gedachte ?! Kieko ta bo kordameen- | toe? Wat kijkt gij naar? j Kieko bota weita ? Hebt gij zoo groote! Bo tien moetjoe poera ? haast ? Blijf nog wat, Keda oen goko maas. Ga nog niet heen, j No baai aenda. Wat hebt gij te doen? Kiko bo tien di hasie ? Wat heb ik u gedaan ? Kieko mi...”
2

“... din- gen gedaan. Ik ben ep verscheidene plaatsen geweest, Ik heb eene reis gedaan, Ik ben vroeg naar bed gegaan, Yr het krieken van krieken den dag, Ik heb mij gekleed, hasieawee? Mi a hasie kopie koos. Mi tabata na hopie loegaa. Mi a hasie oen Liaga. Mi a bai droginie teem- pran. Promeekoedia akiebra. i ( Mi a biestie mi....”
3

“...Ik heb mij gewasschen,; Ik heb God gebeden. ! Ik heb daarna ontbeten,) Ik heb verscheidene! boodschappen gedaan, Ik ben in de Fransche kerk geweest, Ik heb mijnen ooin Jan eenea brief geschreven> Gij hebt zeer wel gedaan,! Leeft Mevrouw uwe moe-1 der nog ? ; Ja, God dank, > Vaart zij nog wel, Heel wl naar harejaren,! Waar gingt gij zoo even ?! Ik b^agt mijne zuster! naar de schuit, f Waar gaat zij naar toe?! Zij gaat naar Botterdam,! Wat gaat zij daar doen? Zij gaat ouze tante So-j phie bezoeken, I Zal zij daar lang blijven?! Ik geloof het niet, j Wanneer zal zij weder; komen ? Tegen het 'einde der! maand, Hoe vaart uw broeder ?j Heel wel, om u te dienen,! Doe hom mijne groeten,! Mi a labaa mi. Mi a hasie orasjoon. Deespoees mi a almoe- ' za. Mi a hasie kopie roos- j poondie. Mi tabata deu kerkie j francees. Mi a skierbie oen briefie j na mi oom Jan. Bo a hasie masjaa boon. ] Bo mama ta na bida j aenda? Si, gracia na Dioos. E ta boon aenda...”
4

“...C 5 En ik lieb dorst, Ik kan niet langer wach- ten, Het eten is nog nipt ge-! reed, Het nog niet te laat, Het is nog geen n ure,! Vergeef het mij, Het is zoo geslagen, Ik Leb de klok lioorenj slaan, Het was half n. Het eten zal over een) kwartier gereed zijn, j Gij zult niet lang frach-j ten, Waseh uwe handen on-! dertusschen, Droog ze aan dit servet, f Ga niet heen, Zet u aan tafel, Men gflat het eten op-s doen; j Het eten is op tafel, Daar is eene goede plaats, | Die stoel is voor u tej laag, Deze is hooger, Zit dan neder, >. Maak geene pligtplegin-S gen, Ik ben hier zeer wel, t 4_) I I mi tien sedoe. Mi no poor speeraa mas, Koemienda no ta kla anda. Ho ta laat aenda. Ho ta oen ora aenda. Poordonaa mi. E a kaba di batie. Mi a teen dee olosjie ba- tie. Tabata mitar die oen ora. Koemienda lo ta kla deen di oen kwartoe di ora. Lo bo no speeramoetjoe.. Laba bo manoenan toer ees toempoe. Seka nan na e serbette akie. Ho bai. Sienta...”
5

“... ure, na kaas! Bo a bini jkoe mi no tabta ai! j Mi tabatien e deesgra- ciaa. Kwandoe bo a binie auto Ajera maeuta. Ta berde j j Nan no a bisaa mi. Mi no a sabio. nada jdi ; eesaL Room laaft tabata,, ora bo a biuie. Tabata noebee ora....”
6

“...Ik was bij den Heer H.,5 Wat is er van uwe> dienst ? Ik wilde Kreten boe bij> voert, ' Ik ben u zeer verpligt, > Keerh enn stoel, Wat zullen wij doen ? ! Waarmede zullen wil- den tijd doorbrengen Wilt gij kaart spelen ? t Ik heb geen lust om tej spelen, Ik wil niet meer spelen, ) Ik verlies altijd, i Ik ben te ongelukkig in! bet spelen, Doen wij dan wat anders,! Praten wij dan zamen,; Zeer gaarne; boe gaat bet met uwe studie, > n Men beeft mij gezegd' ' dat gij Franscb leert,) Wie heeft bet u gezegd ?> Het heugt mij niet meer,) Het is iemand wiens! naam ik vergeten heb.) Maai- de naam doet niets) tot de zaak, Het Fransch kan u te- pas komen, Ik oordeel dat gij wel) doet. Mi tabata seerka Me- neer K. Kieko ta na bo<.-sieribii sjie Mi kier a sabie koom bai bo. Mi ta masjaa gradicii doe na bo. Toema oen stoel. Kieko lo no os basie ? Koe kiko lo :iioos pa- sa noos teempoe ? Bo kie hoenga kaarta? Mi no tien goestoe di hoen ga. Mi no kie...”
7

“...( 6*2 ) Ik kwam u bezoeken, > Mi tabata bienebisjie* > ta bo. Gij eert mij ten hoogste,) Bo ta honra mi moe- I tie: Wilt gij binnen komen Bo kieer dreenta. Belieft het u binnen te: Bo ta kiba goestoe di komen, | dreentaa. Laat ons liever wande-! Laga nos kijr mihoo, Ien, Wilt gijeene wandeling: Bo kier ban kijr. ' doen,' \ , Laat ons eehbuitenlneh ( Laga noos bam toenia a tje gaan scheppen, ( oeu poko aire afoo. Met al mijn hart. . : j Koe toer mi koerazoon. Ik zal alles doen wat u Lo mi hasie toer koos believen zal, $ koe ta agradaa bo. Waajf zullen wij gaan?< Oenda lo noos bam ? Waar wilt gij gaan ? ) Oenda bo kie bam ? Waar zult gij mij breh-S Oenda l bo hibaa mi ?. gen ? Weet grj eene mooiej Bo konosee oen boenita wandelplaats? ) kamienda di kijr.? Gaan wij naar den nieu-j Laga noos bam na ka- wen weg ? j mieuda nobo ? Het is vrij ver van hier,< Ta bastante aleeuw di i akie. Is het niet wat te ver ? j No ta oen poko aleeuw ? Ik kan zoover niet gaan, Mi...”
8

“...(70) Gij zult wel koffie drin-j ken ? Hebt gij liever chocola- de? Zoo als u believen zal, Wat zegt gij van Hol- land ?' Het is een zeer schoon land, Ik heb overal schoone buitenplaats gezien, Schoone gebouwen, ' Wat zeide men te Parijs . op uw vertrek ? Men sprak er van vrede met Engeland, - Gij zijt over land geko- men ? Ik ben door Brussel ge- komen, ! Het is eene sclioone stad, ' Waar hebt gij dezen nacht geslapen, < In het Hotel den Roo- den Leeuw, Het is een goed hotel, Men wordt er zeer wel bediend, **) Mtott Hebt gij geld noodig ? Ik heb twee duizend gul den noodig, Gij zult ze fluksch heb- ben/ y 1)0 l 1 Doe ons de eer van mid dag met ons te eten, Lo bo beebee koffi anto? Bo kiee mihoo tjoekoe- latoe? Koom koe bo ta goestaa. Kieko bo tabisa di Oe- landa ? Ta oen masjaa boenita tera. . Mi a weita toer partie boenita koenoekoe. Boenita kaasnan. Kiko nan disiena Paris ora koebo a salie ? Han tabata papiaa di pas koe1 Inglatera...”
9

“... mas teem- pran, si mi no tabata tantoe okoepa. Mi ta sigoer di lokee bo ta bisa mi. Hoos tien di bai noema na mesa. Bo ta moetjoe aleeuw di kandela, Poordonaa mi,- mi ta masja boon ponee. Dispensaa koesjiena Hoelandees. Esa tabata boon pa bisaa algoeu teempoe pasaa....”
10

“...(77) Geef ons Sehopne borden, Doena noos tajoo liem- n i pie. Zal er niemand komen ? Lo no bini ningoen heende? Waarom antwoordt gij Pakieko bo no ta roos- niet als men u roept?! pondera koe jamaa n ! bo? Ik Leb u niet gehoord, Mi no a teendee bo. Ik was in den kelder, Mi tabata deen kelder. Ik tapte bier, ! Mi tabata tap seerbees. Ik wil uw bier proeven, Mi kie proeba bo seer- ) loGCS# Het begint zuur te wor- E ta koemiensa biera dep,................. ! zier. Ik vind het heel goed, < Mi ta hanjee masjua < boon. Om u te bedanken, Pa gradisie bo. Op den goeden uitslag! Ariba boon resoeltadoe ^nwer zaken. i di bo asoentoenan. \ ersehoon het slecht; Dispeensaa mi e mal ri- on t haal, ! cibimeentoe. Vergeef mij, Poordonaa mi. Gij hebt mij zeer wel< Bo a ricibie mi masjaa onthaald^ boon. Ik heb een zeer goed Mi a liomee masjaa maal gedaan, : boon. Wij ziju lang aan tafel Noos a sienta hopie na geweest, mesa. Het moet laat wezen, Meestee ta laat kaaba. Wij...”