Your search within this document for 'solo' resulted in three matching pages.
1

“...( 16 ) Een Heiden, E'en PrQtestantr Ben Hervormde, En Lutheraan, Een Remonstrant, De Bybe, Het Evangelie,. De wet, De Tien Geboden, Het Onze Vader, Het Geloof, De Catheehismus, Een Psalm, Een Gezang, De Hoofdstoffen, enz. De nartuHr, Het heelal, De wereld,. De lucht, Het vuur, Het iftspansel, Het water, De aarde, De hemel, De zee, De Zon, De Tieuwe Maan, Het Eerste kwartier, De Volle Maan, Het Laatste kwaartier, Eene verduistering, : Het licht, D duisternis, Eene ster, ! Oen Salvage. < Oen Protestant, j Oen Hervormde. I Oen Loeteranoe. j Oen Remonstrant. ( Bybel, S Evanhelie. Lei. l Dies Mandameentoe- j j nan. Noos Taata. ! Kredoe. < Kategiesmoe. f Oen Pesalm. 5 Oen Kantika. I Hlemeentoenan, etc. Natoeralesa. S Oeniversoe. i L ; Moendoe. i Aire. j Kandeela. ! Fiermameentoe. v Awa. Tera. Cieloe. S Lamaa. Solo. ! Loena Fobo. | Promee kwartoe dt v Loena. ( Loena Jeen. \ Laste kwartoe di Loena.. ) Oen ekleeps. < Loesa...”
2

“...47 Laat ons liever heeu> Lagaanoosbaai mielio. gaan, Laat ons gaan wandelen,\ Laga nos ban keire. Het is te laat, Het is niet te laat, Het is te keet, Het is. niet te heet, Mij dunkt wel vn ja, Ik ben warm, Ik ben zeer warm, Ik ben niet warm, Ik ben koud, Ik ben heel koud, Wat weer is het? Het is heel koud, Het is slecht weer, Het regent, Het waait, Regent het? De regen houdt op, Het regent niet meer, Het is laat, De zon gaat onder, De zon is al onder, De maan komt op, De maan is al op, Ta masjaa laat. No ta laat. Ta masjaa kaloor. No ta masja kaloor. Ta parsee mi koe si. Mi ta sienti kaloor. Mi ta sienti masjaa ka- loor. Mi no ta sienti kaloor. Mi ta sienti frieuw. Mi ta sienti masfjaa frieuw. Kie weer noos tien ? Ta masjaa frieuw. Ta mal weer. Ta jobee. Ta soepla. Awaseroeta kaf? Awaseroe ta pasa. No ta jobee mas. Ta laat. Solo ta baai dreenta. Solo a dreenta kaba. Loena ta salie. Loenata afoo kaba. Het is tijd dat ikheen ga,> Ta...”
3

“...( 62 Het is noch te warm; noch te koud, ^ "Wij hebben een weinig; regen noodig, De zon heeft reeds veel kracht, ( Laat ons in de schaduw) ' gaan, j Wat is het schoon op het land, Zie hier een schoon ge-) zicht, Wij gaan een weinig tej ras, | Laat ons wat zachter) gaan, S Ik begin moede te wor-! den, Laat ons rusten, Laat ons op deze bank! zitten, Ik ben niet moede, Laat ons de wandeling; voortzetten, i De wandeling doet mij; goed, Dat is goed voor de ge- zondheid, lk wandel dikwijls al-J leen, ? Gij houdt dan veel van; de eenzaamheid, Het landleven zou mij wel behagen, Mijne bezigheden laten; mij niet toe naar bui-) ten te aan, < ') No ta moetjoe kajeenie ni moetjoe frieuw. Noos meester oen poko di awaseroe. Solo ta moetjoe cajeen- te kaaba. Laaga noos kamnaa deen soombra. Ees ta boenita ta na koenoekoe. Weita akieoen boenita biesta. Noos ta kamnaa oen poko lihee. Laga noos kamnaa mas pokopoko. Mi ta koemiensa kan- saa. Laga...”