| 1 |
 |
“...Millioen,
Eerstelijk,
De tweede,
De derde,
De vierde, enz.,
De maanden van
hetjaar.
Januari,
Februari,
Maart,
April,
Mei,
Juni,
Juli,
Augustus,
September,
October,
November,
December,
De dagen der week.
Zondag,
Maandag,
Dinsdag,
Woensdag,
Donderdag,
Vrijdag,
Zaterdag,
De Feestdagen.
Een feestdag,
N ieuwjaarsdag,
Kersdag,
Driekoningen,
Een vastendag,
Asch-Woensdag,
(2)'
! Mieljoen.
> Di promee.
j Di doos.
< Di trees.
> Di kwater, etc.
I Loenanan di anja.
Januari.
; Februari.
$ Maart.
. April.
Mei.
! Juni.
< Juli.
< Augustus.
<; September.
\ October.
i November.
< December.
> Dianan di sieman.
5 Diadoemingoe,
( Dialoena.
\ Diamars.
> Diarasoon.
Diagoebes.
Diabirne.
! Diasabra,
\ Dianan di fieesta.
< Oen dia di eesta.
Anja nobo.
| Dia di Paskoe.
Treesrei.
< Oen dia di joena.
< Dia di sjieniesjie....”
|
|
| 2 |
 |
“...( 6*2 )
Ik kwam u bezoeken, > Mi tabata bienebisjie*
> ta bo.
Gij eert mij ten hoogste,) Bo ta honra mi moe-
I tie:
Wilt gij binnen komen Bo kieer dreenta.
Belieft het u binnen te: Bo ta kiba goestoe di
komen, | dreentaa.
Laat ons liever wande-! Laga nos kijr mihoo,
Ien,
Wilt gijeene wandeling: Bo kier ban kijr.
' doen,' \ ,
Laat ons eehbuitenlneh ( Laga noos bam toenia a
tje gaan scheppen, ( oeu poko aire afoo.
Met al mijn hart. . : j Koe toer mi koerazoon.
Ik zal alles doen wat u Lo mi hasie toer koos
believen zal, $ koe ta agradaa bo.
Waajf zullen wij gaan?< Oenda lo noos bam ?
Waar wilt gij gaan ? ) Oenda bo kie bam ?
Waar zult gij mij breh-S Oenda l bo hibaa mi ?.
gen ?
Weet grj eene mooiej Bo konosee oen boenita
wandelplaats? ) kamienda di kijr.?
Gaan wij naar den nieu-j Laga noos bam na ka-
wen weg ? j mieuda nobo ?
Het is vrij ver van hier,< Ta bastante aleeuw di
i akie.
Is het niet wat te ver ? j No ta oen poko aleeuw ?
Ik kan zoover niet gaan, Mi...”
|
|
| 3 |
 |
“...(64)
Vermaak van de we-
reld)
Want ik ben geheel
alleen, zoo als gij ziet.
En ik heb geene bezig-
hid j ujiuopaiojv/vxj.. :
Houdt gij dan niet vanjBo no ta goesta di lesa J
lezen?
Ik lees bijna altijd,
grandie pleizier da
moendoe.
Pasobra mi ta so, ma-
nera bo ta weitaa.
I mi no tien niengoen
okoepasjoon.
Men kan ook te veel
1(3Z611
Wij zuen dan tezamen
praten,
Ik heb eene tijding ge-
hoord.
Wat hebt gij gehoord?
.Juffrouw Maria is de
bruid,
Is het waar ?
Is het wel mogelijk ?
Iedereen zegt het,
Men heeft mij verzekerd
van ja,
Met wien trouwt zij ?
Eij trouwt met den Heer
B,
Hij is heel rijk, naar men
zegt,
Hij heeft veel middelen,
Juffrouw M. heeft niet
- veel minder,
Haar vader geeft haar
vijftig duizend gulden
mede,
Is een zeer schoon hu-
welijk,
Mita lesa kasi seem-
per.
Heende poor lesa tam-
be di masjaa.
Lo noos papia anto
goentoe.
Mi a teendee oen nobo.
Kieko bo a teende !
Juffrouw Maria tabrid-
Ta berdaa ?
Poor ta poesiebel...”
|
|
| 4 |
 |
“...((58)
Wel nu, wij zullen zien,! 'Ta boon, lo noos weit.
Waar woont de Heer> Oenda Meneer Park t
Park? > biba?
Weet gij bet buis van! Bo konosee kaas di Me-
den Heer H ? neer H ?
Het is dat groote, nieu-5 Ta e kaas grandie nobo.
we huis, > t j.
Over den bakker,, !Dilantie di trahado di
> pam.
In bet midden van Ha meimei di kaja.
straat. '> ....
Ik bedank u,. Mi ta gradiesie bo.
Het is geen dank waar-) Ho bal dankie.
Is deneer P. te buis ? j Meneer P. ta na kaas?
Heen mijnbeer! hij isuit, j Ho Meneer! e a salie.
Zal bij haast wederko-j Lo e bini atrobee pron-
ID.6U f ) tO
Ik kan beta niet zeggen,! Mi no poor bisaa bo.
Ik wenschte wel hem te! Mi ta desea di papiaa
spreken, S koe e. _ .
Kan ik uwe boodschap} Mi no poor basio bo
niet doen ? ! roospoondie ?
Ik moet hem zelf spr eken, j Mi meesteer papia koe
! e mees.
Het spijt mij dat bij niet Ta dueel mi koe e no
te buis is, \ na kaas.
Ik zal een andermaal! Lo mi bini oen oter bees.
wederkomen, ? .. ..
Belieft...”
|
|
| 5 |
 |
“...(7-3)
Zij bekijft mij nooit,- c J3 no ta rabiaa noenka
> koe mi.
Onthoud wel hetgeen zij) Korda boon lokee e bi-
zgt,-- _ > saa.
Wees altijd oplettend, | Riparaa seemper.
Kn wat doet gij in de> I kieko bo ta hasie deen
school? school?
Ik begin te borduren, < Mi ta koemiensaa bor-
| dier.
Leert gij niet teekenen ?, Bo no ta sienja teeken ?
Ik heb die bloemen ge- Mi a teeken e blom-
teekend, 5 tjienan a.
Dat gaat vrij wel, i Esa ta basta boon.
bpreekt gij wel Fransch- Bo ta papiaa toer dia
alle dagen ? $ Fransees ?
Zonder twijfel, moeder,) Sieu doeda, iiamaa.
Ik betaal boete als ik! Mi ta nacaa boet t-ofi
Wie heeft u gekapt ? Keende a peenjaa bo ?
Ik zelve, ^ Mi mees.
Dat behaagt.mij wel, Esa ta goestaa mi.
Dij weet wat gij mij be-j Bo sabie kieko bo a
loofd hebt, moederlief,^ primientie mi mamaa
i . j. doesjie. -
Wat heb ik u beloofd ? i Kieko mi a primientie
. bo ?
Nieuwe handschoenen; Handschoen nobo toen
en een waai jer, l waijer.
Ik zal u dit alles...”
|
|