Your search within this document for 'nobo' resulted in five matching pages.
1

“...Millioen, Eerstelijk, De tweede, De derde, De vierde, enz., De maanden van hetjaar. Januari, Februari, Maart, April, Mei, Juni, Juli, Augustus, September, October, November, December, De dagen der week. Zondag, Maandag, Dinsdag, Woensdag, Donderdag, Vrijdag, Zaterdag, De Feestdagen. Een feestdag, N ieuwjaarsdag, Kersdag, Driekoningen, Een vastendag, Asch-Woensdag, (2)' ! Mieljoen. > Di promee. j Di doos. < Di trees. > Di kwater, etc. I Loenanan di anja. Januari. ; Februari. $ Maart. . April. Mei. ! Juni. < Juli. < Augustus. <; September. \ October. i November. < December. > Dianan di sieman. 5 Diadoemingoe, ( Dialoena. \ Diamars. > Diarasoon. Diagoebes. Diabirne. ! Diasabra, \ Dianan di fieesta. < Oen dia di eesta. Anja nobo. | Dia di Paskoe. Treesrei. < Oen dia di joena. < Dia di sjieniesjie....”
2

“...( 6*2 ) Ik kwam u bezoeken, > Mi tabata bienebisjie* > ta bo. Gij eert mij ten hoogste,) Bo ta honra mi moe- I tie: Wilt gij binnen komen Bo kieer dreenta. Belieft het u binnen te: Bo ta kiba goestoe di komen, | dreentaa. Laat ons liever wande-! Laga nos kijr mihoo, Ien, Wilt gijeene wandeling: Bo kier ban kijr. ' doen,' \ , Laat ons eehbuitenlneh ( Laga noos bam toenia a tje gaan scheppen, ( oeu poko aire afoo. Met al mijn hart. . : j Koe toer mi koerazoon. Ik zal alles doen wat u Lo mi hasie toer koos believen zal, $ koe ta agradaa bo. Waajf zullen wij gaan?< Oenda lo noos bam ? Waar wilt gij gaan ? ) Oenda bo kie bam ? Waar zult gij mij breh-S Oenda l bo hibaa mi ?. gen ? Weet grj eene mooiej Bo konosee oen boenita wandelplaats? ) kamienda di kijr.? Gaan wij naar den nieu-j Laga noos bam na ka- wen weg ? j mieuda nobo ? Het is vrij ver van hier,< Ta bastante aleeuw di i akie. Is het niet wat te ver ? j No ta oen poko aleeuw ? Ik kan zoover niet gaan, Mi...”
3

“...(64) Vermaak van de we- reld) Want ik ben geheel alleen, zoo als gij ziet. En ik heb geene bezig- hid j ujiuopaiojv/vxj.. : Houdt gij dan niet vanjBo no ta goesta di lesa J lezen? Ik lees bijna altijd, grandie pleizier da moendoe. Pasobra mi ta so, ma- nera bo ta weitaa. I mi no tien niengoen okoepasjoon. Men kan ook te veel 1(3Z611 Wij zuen dan tezamen praten, Ik heb eene tijding ge- hoord. Wat hebt gij gehoord? .Juffrouw Maria is de bruid, Is het waar ? Is het wel mogelijk ? Iedereen zegt het, Men heeft mij verzekerd van ja, Met wien trouwt zij ? Eij trouwt met den Heer B, Hij is heel rijk, naar men zegt, Hij heeft veel middelen, Juffrouw M. heeft niet - veel minder, Haar vader geeft haar vijftig duizend gulden mede, Is een zeer schoon hu- welijk, Mita lesa kasi seem- per. Heende poor lesa tam- be di masjaa. Lo noos papia anto goentoe. Mi a teendee oen nobo. Kieko bo a teende ! Juffrouw Maria tabrid- Ta berdaa ? Poor ta poesiebel...”
4

“...((58) Wel nu, wij zullen zien,! 'Ta boon, lo noos weit. Waar woont de Heer> Oenda Meneer Park t Park? > biba? Weet gij bet buis van! Bo konosee kaas di Me- den Heer H ? neer H ? Het is dat groote, nieu-5 Ta e kaas grandie nobo. we huis, > t j. Over den bakker,, !Dilantie di trahado di > pam. In bet midden van Ha meimei di kaja. straat. '> .... Ik bedank u,. Mi ta gradiesie bo. Het is geen dank waar-) Ho bal dankie. Is deneer P. te buis ? j Meneer P. ta na kaas? Heen mijnbeer! hij isuit, j Ho Meneer! e a salie. Zal bij haast wederko-j Lo e bini atrobee pron- ID.6U f ) tO Ik kan beta niet zeggen,! Mi no poor bisaa bo. Ik wenschte wel hem te! Mi ta desea di papiaa spreken, S koe e. _ . Kan ik uwe boodschap} Mi no poor basio bo niet doen ? ! roospoondie ? Ik moet hem zelf spr eken, j Mi meesteer papia koe ! e mees. Het spijt mij dat bij niet Ta dueel mi koe e no te buis is, \ na kaas. Ik zal een andermaal! Lo mi bini oen oter bees. wederkomen, ? .. .. Belieft...”
5

“...(7-3) Zij bekijft mij nooit,- c J3 no ta rabiaa noenka > koe mi. Onthoud wel hetgeen zij) Korda boon lokee e bi- zgt,-- _ > saa. Wees altijd oplettend, | Riparaa seemper. Kn wat doet gij in de> I kieko bo ta hasie deen school? school? Ik begin te borduren, < Mi ta koemiensaa bor- | dier. Leert gij niet teekenen ?, Bo no ta sienja teeken ? Ik heb die bloemen ge- Mi a teeken e blom- teekend, 5 tjienan a. Dat gaat vrij wel, i Esa ta basta boon. bpreekt gij wel Fransch- Bo ta papiaa toer dia alle dagen ? $ Fransees ? Zonder twijfel, moeder,) Sieu doeda, iiamaa. Ik betaal boete als ik! Mi ta nacaa boet t-ofi Wie heeft u gekapt ? Keende a peenjaa bo ? Ik zelve, ^ Mi mees. Dat behaagt.mij wel, Esa ta goestaa mi. Dij weet wat gij mij be-j Bo sabie kieko bo a loofd hebt, moederlief,^ primientie mi mamaa i . j. doesjie. - Wat heb ik u beloofd ? i Kieko mi a primientie . bo ? Nieuwe handschoenen; Handschoen nobo toen en een waai jer, l waijer. Ik zal u dit alles...”