| 1 |
 |
“...(45)
Dek n,
Neem uwen hoed af,
Spreek met mij,
Spreek Hollandsch,
Haast u,
Laat dat staan,
Dat deugt niet,
Dat is goed,
Dat is beter,
Geef mij bier,
Geef mij brood,
Hebt gij gedronken ?
Hebt gij gegeten?
Ga heen,
Kom ras weder,
Waar komt gij vandaan?? Di oenda bo ta binie i
Waar zijt gij geweest v Oenda bo tabata ?
Hebt gij God gebeden?' Bo apidie Dios?
Hebt gij ontbeten? Boaalmoezaa?
Hebt gij uwe les geleerd?; Bo a sienja bo les ?
Kent gij uwe les wel? Bo saabie bo les boon ?
Wat hebt gij van daag Kieko b a hacie awee ?
gedaan?
Wat wilt gij doen ? ( Kieko bo kie hasie ?
Wat wilt gij zeggen? > Kiko b.o ki bisa ?
Welk is uw voornemen ?> Kiko ta bo inteensjoon ?
Welke is uwe gedachte ?! Kieko ta bo kordameen-
| toe?
Wat kijkt gij naar? j Kieko bota weita ?
Hebt gij zoo groote! Bo tien moetjoe poera ?
haast ?
Blijf nog wat, Keda oen goko maas.
Ga nog niet heen, j No baai aenda.
Wat hebt gij te doen? Kiko bo tien di hasie ?
Wat heb ik u gedaan ? Kieko mi...”
|
|
| 2 |
 |
“... teempoe pa mi baai
Ik ga heen, vaarwel, j
lk wepsch u goeden (
nacht,
Mi ta baai, pasa boon.
Mi ta deseabo boon a-
notjie.
Wat hoor ik ? ( Kiko mi ta tefende ?
Het is iemand, $ Ta oen heende.
Daar is iemand aan de> Tien oen heendee
deur, ; poonba.
na...”
|
|
| 3 |
 |
“...Ik was bij den Heer H.,5
Wat is er van uwe>
dienst ?
Ik wilde Kreten boe bij>
voert, '
Ik ben u zeer verpligt, >
Keerh enn stoel,
Wat zullen wij doen ? !
Waarmede zullen wil-
den tijd doorbrengen
Wilt gij kaart spelen ? t
Ik heb geen lust om tej
spelen,
Ik wil niet meer spelen, )
Ik verlies altijd, i
Ik ben te ongelukkig in!
bet spelen,
Doen wij dan wat anders,!
Praten wij dan zamen,;
Zeer gaarne; boe gaat
bet met uwe studie, >
n
Men beeft mij gezegd'
' dat gij Franscb leert,)
Wie heeft bet u gezegd ?>
Het heugt mij niet meer,)
Het is iemand wiens!
naam ik vergeten heb.)
Maai- de naam doet niets)
tot de zaak,
Het Fransch kan u te-
pas komen,
Ik oordeel dat gij wel)
doet.
Mi tabata seerka Me-
neer K.
Kieko ta na bo<.-sieribii
sjie
Mi kier a sabie koom
bai bo.
Mi ta masjaa gradicii
doe na bo.
Toema oen stoel.
Kieko lo no os basie ?
Koe kiko lo :iioos pa-
sa noos teempoe ?
Bo kie hoenga kaarta?
Mi no tien goestoe di
hoen ga.
Mi no kie...”
|
|
| 4 |
 |
“... sienja toer dia
doos.
Esa ta masjaa boon.
Papiaa oen poco ua
franeees.
Bo ta papia asiena po-
ko poko koe nieugoen
beende poor kooni-
preeiiii b.
Bo no ta koompreendce
mi ?
Mi ta koeiiiiensa koom-
preifdee kiko bo kie
bisaa....”
|
|
| 5 |
 |
“...(70)
Gij zult wel koffie drin-j
ken ?
Hebt gij liever chocola-
de?
Zoo als u believen zal,
Wat zegt gij van Hol-
land ?'
Het is een zeer schoon
land,
Ik heb overal schoone
buitenplaats gezien,
Schoone gebouwen,
' Wat zeide men te Parijs
. op uw vertrek ?
Men sprak er van vrede
met Engeland,
- Gij zijt over land geko-
men ?
Ik ben door Brussel ge-
komen, !
Het is eene sclioone stad,
' Waar hebt gij dezen
nacht geslapen, <
In het Hotel den Roo-
den Leeuw,
Het is een goed hotel,
Men wordt er zeer wel
bediend, **) Mtott
Hebt gij geld noodig ?
Ik heb twee duizend gul
den noodig,
Gij zult ze fluksch heb-
ben/ y 1)0 l 1
Doe ons de eer van mid
dag met ons te eten,
Lo bo beebee koffi anto?
Bo kiee mihoo tjoekoe-
latoe?
Koom koe bo ta goestaa.
Kieko bo tabisa di Oe-
landa ?
Ta oen masjaa boenita
tera. .
Mi a weita toer partie
boenita koenoekoe.
Boenita kaasnan.
Kiko nan disiena Paris
ora koebo a salie ?
Han tabata papiaa di
pas koe1 Inglatera...”
|
|