| 1 |
 |
“...-(
Borduren.
Spelen,
Zingen,
Dansen,
Thee schenken,
Een kopje,
Een schoteltje,
Een koffiekan,
lEen theekan,
Een trekpot,
Een melkkan,
Een suikerpot,
Van het huis.
Een lieerenhuis,
Een paleis,
Een kasteel,
Een schuifraam,
Een glazenraam,
Do deur,
Het venster,
De schel,
Een glazendmir,
Een jaloesiedeuf,
De 'winkel,
De zijkamer,
De voorkamer,
De slaapkamer,
De benedenzaal,
De trap,
De gang,
Het voorlmis,
De plaats,
De tuin,
De kelder,
Het sekreet,
De regenbak,
27 )
; Bordier.
\ Tokaa.
: Kaautaa.
< Baliaa,
/ Sierbie koe tee.
' Oen koppie.
| Oen skotter.
< Oen kanieka di koffie.
; Oen kanieka di tee.
; Oen trekpotjie.
< Oen kanieka di leetjie.
; Oen potjie di soekoe.
Di has.
Oen kaas graudie.
; Oen paleis.
- Oen kasteel.
. Oen raampie di scheif.
; Oen raampie di glas.
Poorta.
\ Beentaana.
| Klok.
S Oen poorta di glas.
! Oen poorta di jaloesie.
j Tienda.
$ Kamber di oen banda,
Portaal.
i Kamber di droemie.
1 Zaaldi abauw...”
|
|
| 2 |
 |
“...(30 )
Van de tafel.
Het taftl laken,
Een servet,
Een tafelbord,
Ben soeplepel,
Een lepel,
Ben vork,
Een theelepel,
Een mes,
Een schotel,
Een drinkglas,
Een kelk,
Een beker,
Een zoutvat,
Wijn,
Bier,
De tafel dekken,
Aan tafel gaan,
"Van tafel opstaan.
) TH mesa.
( Tafellak.
Oen serbette.
( Oen tajoo.
t Oen koechaara di soppi., ]
\ Oen koechaara.
> Oen forkie.
I Oen koechaara di tee.
c Oen koetjieuw.
I Oen platoe.
$ Oen glas.
1 Oen kelkie.
| Oen beker.
\ Oen zouvat.
Bienja.
j Seerbees.
\ Ponee mees.
) Bai na mesa.
S Lamaanta foor di mesa. >;
. Van de spijzen.
De soep,
Gekookt vlescli,
Gebraden vleesch,
Tarwebrood,
Itoggenbrood,
Nieuwbakken brood,
Oudbakken brood.
Bruin brpod,
Een snede brood,
De korst,
De kruin,
Een boterham,
Kalfsvleesch,
Ossen vleesch,
Sehapenvleeseh,
Kabrietenvleeseh,
l Di Tcoemiendanan.
\ Soppi.
| Karnie stoobaa.
; Karnie hasaa.
? Pam blankoe.
) Koombrood.
| Pam freeskoe.
( Pam bieeuw.
I Pam brein...”
|
|
| 3 |
 |
“..., glas? Bo kie oen glas dineer -
bier ? * bees ?' f5? ; J (
lk dank u, geef mij een) Dankie,. doena mi oen i
glas water en wijn. i glas di awa i bienja. j
Hendrik 1 zult gij haastj Hendrik! lo bo* kaba *
gedaan hebbenI s oen;bees? , j
Gijhbt genoeg gegeten,? Bo a, komee bastantoe.
Youwt uw servet werr Doblaa bo serbette atro- j
op,. ; bee.
Dauk Qod,, ) Giadisie Dioos.. j...”
|
|