Your search within this document for 'dia' resulted in seven matching pages.
1

“...Millioen, Eerstelijk, De tweede, De derde, De vierde, enz., De maanden van hetjaar. Januari, Februari, Maart, April, Mei, Juni, Juli, Augustus, September, October, November, December, De dagen der week. Zondag, Maandag, Dinsdag, Woensdag, Donderdag, Vrijdag, Zaterdag, De Feestdagen. Een feestdag, N ieuwjaarsdag, Kersdag, Driekoningen, Een vastendag, Asch-Woensdag, (2)' ! Mieljoen. > Di promee. j Di doos. < Di trees. > Di kwater, etc. I Loenanan di anja. Januari. ; Februari. $ Maart. . April. Mei. ! Juni. < Juli. < Augustus. <; September. \ October. i November. < December. > Dianan di sieman. 5 Diadoemingoe, ( Dialoena. \ Diamars. > Diarasoon. Diagoebes. Diabirne. ! Diasabra, \ Dianan di fieesta. < Oen dia di eesta. Anja nobo. | Dia di Paskoe. Treesrei. < Oen dia di joena. < Dia di sjieniesjie....”
2

“...( 5 ) Sen okshoofd,, Sen pijp, Sen voet, Sen duim, Sen yard, c Sen el, Van den tijd, enz. i Sen oogenblik, ! Sen uur, Sen half uur, j > Sen kwartier uur,, | Sene minuut, Sen seconde,, Sen dag, Sen nacht, De morgen, ( De avond, dorgenochtend, ! dorgenmiddag, ! 8 Namiddags, a Middags, etkrieken van dendag.1 De morgenstond,, | diddemacht, J Vandaag, I Aanstonds, gisteravond, ( Gistermorgen, | Anderdaags, Ivermorgen, I Sergisteren, Coekomende week, Sinnen veertien dagen, i Eet is eene maand ge- i i leden, Sen vierendeel jaars,, j Oen boko, Oen pipa. Oen pia. Oen deim, Oen jard. Oen bara. Di eempoe, etcv Oen momeentoe. Oen ora. Oen mei ora, Oen kwartoe di ora, Oen minuut, Oen segonde. Oen dia. Oen anootjie. Maenta. Atardie. Majaan maenta. - Majaan merdia. Tramerdia. Merdia. Kibrameentoe di dia. Mardoega. Meianootjie. Awee. Aworoo. Ajeranootjie. Ajera maenta, Majaan. Otromajaan. Antajera, Siman koe ta bini, . Deen doos...”
3

“...(57) Chroet het gezelschap* l 'Gij groet niet wel, 4 Gij houdt: uwen hoed! uiet wel, Let er een andermaal) beter op, ] Keut gij wen les al ? 1 Ik ga ze leeren, Verzoini het toch niet, j (la vroegnaar school, j Houdt: u op straat niet! op, Gaat mendus heen ! Uw dienaar, Mijne hee-j ren en Mevrouwen, ! Dag vader, dag moeder,) Koemiendaa kooinpac nia. Bo no ta koernienda boon. Bo, no ta teemee bo soombree boon.? Biparaa oen otCr bees mihoo. Bo salne bo les kabaai tff ta baai sieujaa e. No faltaa di hasie-e.. Baaiteempran na skook No fieka ariba kaja. Nan ta baai apto ? Bo sierbiedoo Meneer i Mewrouwan.r: Boon dia papaa,: boon dia mamaa. Ik vind IJ eindelijk te! A la fien mi ta hanja bo. huis! j Zijit gij gekomen dat ik! er niet was 1 Ik heb dat ongeluk ge-! Wanneer zijbgjj dan ge-! knaen 1 Gister ochtend*) Is het wel waar ? Men heeft mij niet ge-! ; zegd,' Ik wist er niets van, Hoe laat was hot toen! gij .gekomen zijt*. Het was negen...”
4

“... sienja toer dia doos. Esa ta masjaa boon. Papiaa oen poco ua franeees. Bo ta papia asiena po- ko poko koe nieugoen beende poor kooni- preeiiii b. Bo no ta koompreendce mi ? Mi ta koeiiiiensa koom- preifdee kiko bo kie bisaa....”
5

“...( 65 ) e Heer B. kon het nieti Meneer B. n poor a 'I _beter kiezen, } skosree milmn rasa ? [ dia ij I Hij is maar twintig j aren S E no ta mas koe bientie j -rr < anja. Hoe oud is de bruid ? Koom bieuw e bruid Zij is nog geen achttien, Enotadiesotjo aenda. 1 . beide buizen zullen) Awoor e doos famianan nu zeer blijde zijn, < lo ta masjaa koonteen- , ? toe- Ti ?ie zonder reden,) No ta sien razoon. Ik zal u wat anders zeg-) Lo mi bisaa bo oen otro -i I £en> j koos. En wat? Ikieko? Ik ga naar Itali, ) Mi ta bai na Italia. Is het wel waar? S Ta berdaa? Gij verwondert mij, ( Bo ta sorpreende mi. Ik kan het niet gelooven,( Mi no poor keeree. bpotgij er niet mede? Bo no ta bofoon ? Hetgene ik u zeg is waar,) Loke mi ta bisa bo ta i-'ierdad. Ik spreek met ernst, 1 Mi ta papia serio. Wanneer zult gij ver-i Kwandoe lo bo bai ? trekken ? > Toekomende week, j Siman koe ta bini. Met wien gaat gij ? Koe keende bo ta bai ? Ik ga met mijnen oom) Mi ta bai koe mi oomo p- P...”
6

“...Hm Hang water over, ! Wij moeten koffie heb-j ben. Die zal aanstonds ge-; reed zijn, Hoor hier, Susanna, Hebt gij onzen lieven; Heer gebeden Ja, moederlief, Daar komt mijne znsterj aan, Hoeden morgen moeder,? Hebt gij wel geslapen? Vrij wel, en gij? (lij hebt pijn in het? hoofd, Dat zal niet met al zijn,? Wij zullen dadelijk kof-? fi drinken, De koffie zal u genezen,? Ik wil het hopen moeder,? Wat hebt gij gisteren? gedaan, Susanna ? Ik heb mijne les geleerd,! Hij hebt wel gedaan, ? Laat mij uw werk zien,; Ik heb het bij Mevrouw; B. gelaten, Brengt het van middag! mede, Ik zal het niet vergeten. Is Mevrouw B. over u tevreden, Ponee awa na kan del&. - Soos meestee koffie. Lo e ta aworoo klaa. Teendee akie, Susanna. Bo a hasie boorasjoon? Si, mamaa doesjie. f Ata mi sjiesjie ta binie. Boon dia, mamaa. Bo a droemie boon ? Bastantoe boon, i bo? Bo tien doloodi kabees. Eesa no ta nada. Lo noos bebee koffie oenbee. Koffie lo koera bo. Mi ta...”
7

“...(7-3) Zij bekijft mij nooit,- c J3 no ta rabiaa noenka > koe mi. Onthoud wel hetgeen zij) Korda boon lokee e bi- zgt,-- _ > saa. Wees altijd oplettend, | Riparaa seemper. Kn wat doet gij in de> I kieko bo ta hasie deen school? school? Ik begin te borduren, < Mi ta koemiensaa bor- | dier. Leert gij niet teekenen ?, Bo no ta sienja teeken ? Ik heb die bloemen ge- Mi a teeken e blom- teekend, 5 tjienan a. Dat gaat vrij wel, i Esa ta basta boon. bpreekt gij wel Fransch- Bo ta papiaa toer dia alle dagen ? $ Fransees ? Zonder twijfel, moeder,) Sieu doeda, iiamaa. Ik betaal boete als ik! Mi ta nacaa boet t-ofi Wie heeft u gekapt ? Keende a peenjaa bo ? Ik zelve, ^ Mi mees. Dat behaagt.mij wel, Esa ta goestaa mi. Dij weet wat gij mij be-j Bo sabie kieko bo a loofd hebt, moederlief,^ primientie mi mamaa i . j. doesjie. - Wat heb ik u beloofd ? i Kieko mi a primientie . bo ? Nieuwe handschoenen; Handschoen nobo toen en een waai jer, l waijer. Ik zal u dit alles...”