Your search within this document for 'asina' resulted in six matching pages.
1

“...Een jaar, Eene maand. Eene week, Bijwoorden, Bijvoe- glijke naamwoorden, Voorzetsels, enz. Somtijds, Dikwijls, Zamen, Zonder twijfel, Misschien, Ergens, Hier, Daar, Waar, Wel, Ver, Overal, Weinig, Veel, Zoo veel, Niets, Minder, Meer, Wanneer, Waarom, Aldus, al zoo. Ja, Neen, Schielijk, Met, In, Bij, Zonder, Door, Tegen, | Oen anja. \ Oen loeua. 0 Oen siman. \ Adverbionan, Adjetibo- \nan', Preposicionnan, etc. < ' < Algoen bees. I Frekweentemeentoe. I Goentoe. Sien doeda. < Podisee. ) Algoen loegaa. > Akie. \ Ajaa. < Naenda. ? Boon. > Aleeuw. j Toer loega. < Poko. > Moetjoe. 5 Asina tantoe. \ Nada. < Menos, j Mas. 1 Kwandoe. \ Pakiekoe. ( Asina. ) Si. No. 5 Prontoe. Koe. ! Adeen. | Aseerka. | Sien. | Paa. | Kontra....”
2

“...rm Belieft liet dat wijj Bo kie Hoos lisie bta- God bidden, Bid God, Wiens tafelbord is dit 1 ' Het is het mijne, 1 Hebt gij een servet ? i Geef Mij nheer een schoon servet Geef mij dien schotel, sjoon i \ Hasie orasjoon. ; Ta di keende e- tajoo i akie ! Ta di mi. > Bo tien oen serbette i Doena Meneer oen ser- bette liempie. Doena mi e asetjie a. V V^-1 iij i --------- t Zult gif gekookt vleesch) Lo bo komee karnie feteu f Wilt gij vetof- mager Een weinig van beide, Het vleescli is te gaar, stobaa 1 . Bo kie goordo o flakoel | Oen poko di toer doos. Karnie ta moetjo koe- i sjinaa. Zijt gij een liefhebber) Bo ta goesta moster ? van mosterd i Mijnhefer, gij eet niet, Mneer, bo no ta ko- i mee. Ik vraagtiom vergiffenis,) Mi ta pidie bopoordoon. Ik eet zoovl als twee) Mi ta kome asina tan- andrii, < toe koe doos oter. Zult gij van dien vischj Lo bo komee di e pies- > ^,aa ai - Ik vteeS te.Vl voor dej Mi tien masjraa mie- graten, \ doe di wesoe...”
3

“.... ('56> Geef mij; brood,, als hetiDoena mi pam, koe bo> < u. belieft, > ta asina boon. Baar is brood, v Ata pam. ( Ziolt gij; al dat brood? Lo bo komee toer epam eten ?: < a t ( Hebt gij niet te veel ! B no tien moetjoe ? Ek gelf niet, Mi no ta keere. ] liet zindelijk, ) Komee liempie. Gij, eet te ras,. ? Bo ta komee moetjoe ] > poema. | Gij; t te^goMg,, ). Bo ta-toema, moetjoe \ > saloe.. (rij, feet meer vleesck dan: Bo ta komee.mas karnie j( brood,, ? koe pam. ' 1'' fj Ziit regt.op wen stoel,?. Sienta dreetjie ariba bo i i stoel. [| Leun niet op de tafel, t Ho* leen ariba mesa. Mijne vrienden, gij hebt? Mi amigoenan, boso no i nog. niet gedronken,. > a beebe .aenda. j Jan, geefonsChampagne? Jan,, doena noos Cham- i en Bordeauxwijn, c pague i biuja di Bor- j / deaux. Eir een kurkentrekker? I oen kurketrek pa noos. | ij om deflessebsn te ope-i habrie tieisjienan. n,. ' 1 i Yerkiest gij. een...”
4

“...(0) Laat mij u hooren lezen,; Laga mi'teende bo lesa. brij zult om mijn lachen,? Lo bo harie di mi. k spreek al de woorden) Mi no ta pronoencia niet wel uit, 1 toer palabranan boon. (tij begaat geene merke j Bo no ta hasie ningoeu lijke fouten,; falta riparable. Gij spreekt vrij wel uit,) Bo ta pronoencia bas- ) tantoe boon. Dat gaat zoo kwalijk; No ta bai asina irfaloe. Biet, Vergeef mij, > Pordona mi. Ik zeg liet met rechten ) Mi ta bisa kofi toer se- ernst, riedad. Gij behoordet het Hol-) Bo meestee tradoesie landsch inhetFransch? fo di OelaHdees na overzetten. ) Franeees. Wjj zullen het haast) Prontoe lo noos hasie e. doe, Maakt gij al opstellen!) Bo ta trahaa opstel j kaaba ? Leert gij gene lessen) Bo no tasienja les foor van buiten t > dikabees ? Ik leer er dagelijks twee, I)at is zeer god,' Zeg eens in liet Frahsch,) Gij spreekt zoo zacht dat nieri u niet kan> verstaan, Verstaat gij mij niet I I k begin te'verstaan wat gU zggen wilt, Mi ta...”
5

“... no poor bai asina i aleeuw. Het is een groot uur: Ta mas koe oen ora di gaans,, S kamienda. Ik vaar niet al te wel, \ Mi no ta moetjoe boon. Ik ben nog wat zwak, j Mi ta aeuda oen poko | zwak. Ik ben er- mede te^eden,j Mi ta koonteentoe koe i ees'a. Het weer is zee zaht,j Weer ta masja doesjie....”
6

“...( 74 ) nieuw mauteltjie van; noode, .... - l Men heeft nooit gedaan met U, Spreek mij daar een au-) der maal van, Ik zal u altijd zoo lief hebben als mij zelve, ! Ga weg, gij zijt eene kleine vleister. i Wees welkom, mijnheer, Gij ziet hoe ik mijn! woord houd, Zoo moet men haudeleu,) Ik heb mij geen twee-! maal laten bidden. Ik zou vroeger gekomen! zijn,- indien ik het! niet zoo druk had ge-j had, Ik ben verzekerd van hetgene gij mij zegt,] Wij hebben maar aan ta- fel te gaan, Gij zijt te ver van het vuur, Vergeef het my, ik beu zeer wel geplaatst, Verschoon toch de Hol- landsche keuken, Dat was eertijds goed! te zeggen, meesteer di oenjuan- telet. Heeude no ta kaaba noen ka koe ba. Papiaa oen otro bees di eesa. Lo mi stiema bo seem- per asina koe mi -mees. Bai, bo ta oen flatia- doo tjiekitoe. Boon binie, meneer. Bo ta weita koom mi ta koemplie koe mi pa- labra. Asina beende meestee traata. Minoalaga rogaa mi doos bees. Lo mi a binie...”