| 1 |
 |
“...m
Bierbrouwer,
Verwer,
W ij nver kooper,
Kleermaker,
Knoopmaker,
Hoedenmaker,
Schoenmaker,
Handschoenmaker,
Molenaar,
Metselaar,
'Timmerman,
Smid,
Kuiper,
Schoenlapper,
Trail adoo di seerbeesJ
Verfdoo.
Beendedoo di bienja.
Saeire.
Trahadoo di botoon.
Trahadoo di soombreew
Zapatee.
Trahadoo di hand-
schoen.
Moeladoo.
Messlaa.
Kaaxpientee.
Smid.
Keaper.
Bapiedoo di sapatoe.
]
]
Koopmansbedrijven. ] Akxjoonnan di sjanti.
Verkoopen, j | Beende.
Koopen, i Koeanpra.
Winnen, ) Ganaa.
Verliezen, ! Pende.
Zenden, | Maanda.
Ontvangen, i Bieibi.
Betalen, ! Paaga.
Af korten, , Redoesie.
Beenen, ; Fia.
Uitkiezen, ! Skoojee.
Overyragen, | Piedi di mas.
Dingen, ! Bieder.
'Wegen, Piesa.
Inpakken, Paak.
Baden, Kaarga.
Bossen, Bos.
Pleiten, Pleitaa.
Bankroet spelen j Bira bankroet.
fcowii
3
.1
]
1
I
1
I
I
C
Z
1
1
1
a
i...”
|
|
| 2 |
 |
“...(44)
Gemeenzame spreekw ijzen, j Kombersasjoonnan
\ familiar*
Men klopt aan de deur,< 5>ran ta batiena pooorta.
, Aa* Ta keende ta a,
Ta keende?
i Ta mi.
Kieko bo kieer ?
Kieko bo ta boeska?
Keende bo t,a ?
Wie is daar?
Wie is het ?
Ik ben het,
Wat wilt gij hebben? i ijLieno uo Kieeer
Wat zoekt gij ? Kieko bo ta boeska ?
"16 Zilt ffll? ) TCpPlWiA hft fq 'J
Ik ben uw goede vriend, Mi ta bo boon amigoe.
Ik ben uw dienaar, Mi ta bo sierbidoo.
! ben tot uwe dienst, Mi ta na bo sierbiesjie.
belieft111611 ^ }'et u Dreenta si bo ta goesta.
Kom hier,
Binie akie.
Binie lihee.
Binie seerka mi.
Soebie.
ai, i Bahaa.
Volg mij, Siegie mi.
I k zal u den weg wijzen, j Lo mi moestra
, nijna.
Cra boven, Baiariba.
Ga beneden, ' fi jj
Maa k rmn*
Kom gauw,
Kom bij mij
Ga op,
Kom af,
bo ka-
Maak vuur aan,
Maak het vuur uit,
Raap dat op,
Zit neer,
Keem uwe plaats.
Sta op,
Schuif uwe stoel wat!
achteruit,
Blijf hier,
Boe de deur toe,
Boe de deur epen,
Kleed...”
|
|
| 3 |
 |
“...(45)
Dek n,
Neem uwen hoed af,
Spreek met mij,
Spreek Hollandsch,
Haast u,
Laat dat staan,
Dat deugt niet,
Dat is goed,
Dat is beter,
Geef mij bier,
Geef mij brood,
Hebt gij gedronken ?
Hebt gij gegeten?
Ga heen,
Kom ras weder,
Waar komt gij vandaan?? Di oenda bo ta binie i
Waar zijt gij geweest v Oenda bo tabata ?
Hebt gij God gebeden?' Bo apidie Dios?
Hebt gij ontbeten? Boaalmoezaa?
Hebt gij uwe les geleerd?; Bo a sienja bo les ?
Kent gij uwe les wel? Bo saabie bo les boon ?
Wat hebt gij van daag Kieko b a hacie awee ?
gedaan?
Wat wilt gij doen ? ( Kieko bo kie hasie ?
Wat wilt gij zeggen? > Kiko b.o ki bisa ?
Welk is uw voornemen ?> Kiko ta bo inteensjoon ?
Welke is uwe gedachte ?! Kieko ta bo kordameen-
| toe?
Wat kijkt gij naar? j Kieko bota weita ?
Hebt gij zoo groote! Bo tien moetjoe poera ?
haast ?
Blijf nog wat, Keda oen goko maas.
Ga nog niet heen, j No baai aenda.
Wat hebt gij te doen? Kiko bo tien di hasie ?
Wat heb ik u gedaan ? Kieko mi...”
|
|
| 4 |
 |
“...(61)
Ik weet uwe gedachten,; Misabie bokordamecn-'
; ! toenail.
Spreek duidelijker, S Papiaa.mas klaa.
Sebik de woorden beter, | Ponee e palabranan mi-
I boo.
Gij spreekt te ras, < Bo ta popiaa moetjoe
i j 6hee.
Gij moet dat woord zool; Bo meesteer pronoen-
nitspreken. y. ciaepalabra af asiena.-
Gij hebt liet gevonden, 1 Bo a banjo; e. .
Gij hebt uwen tijd niette Bouoagaaista bo teem-
kwalijk besteed, t poe. poornada.
Gelooft, gijidat? >- Bo takeereeeepa 1
Verstaat gij wel. alsiki Bo ta koomprendee
Franse! spreek f v boon pra koe.mir,pa-
, | piaa Francees i
Kan: ik mij .dfien ypr-j. Mi poor hasie kopm-
staan ? > preeudee mi ?
ZoueenFcansohman mij j Lo oen Francees poor
wek kunnen verstaan ? v koompreende nai.
Twijfelt gij; daaraan T 1 Bo ta dpeda die egaj
Gij zult zonder moeite?, Lo bo poor sienja, sien
kunnen leeren, 1 moemoe trabau.
Alles zal wel gaan, j; Toer koos ktbaiboon.
I De beginselen zijn altijd?. Prncrpioenani ta seei-
. moeilijk, per...”
|
|
| 5 |
 |
“... komt daar af, j Ata e ta babaa....”
|
|