| 1 |
 |
“...VIERDE BIJDRAGE TOT DE KENNIS DER MELOCACTI. H
aanmerkelijk van die, welke aan de Melocacti in West-Indi te
beurt vallen.J)
De opgaaf der groeiplaats door clusius moet dus eene vergissing
zijn, hetzij van hem of van de zeelieden, die de voorwerpen aan-
brachten. Misschien valt aan te nemen, dat dezen hunne laatste
aanlegplaats onderweg, in plaats van een verder punt waarvan zij
zelven of andere zeelieden, die zij ontmoetten, de voorwerpen had-
den medegebracht, hebben genoemd 5 want de Kaapverdisehe eilan-
den zijn een station op de reis tusschen Zuid-Amerika en Europa,
en was zulks vroeger ook tusschen Europa en van West-Indi.
Ik had gehoopt, omtrent dit duistere punt eenige opheldering te
vinden in de oudste catalogi van den Leidschen Kruidtuin, welke
van dienzelfden tijd dateeren en nog aanwezig zijn.
Zij bestaan uit klein octavo boekdeeltjes, met een gedrukt kader,
waarin, voor de verschillende afdeelingen, bedden en overdekte ga-
lerijen van den kruidtuin, de...”
|
|