| 1 |
 |
“...515
spronkelijk voortgevloeid uit de wetgevende bevoegdheid aan de
Provinciale Staten, onder goedkeuring des Konings, omtrent water-
schappen toegekend, thans ook in de Grondwet eene zelfstandige
plaats hebben verkregen ). In de wet houdende bepalingen omtrent
verveningen, waarover wij beneden nog met een enkel woord zullen
spreken, wordt de aard dier instellingen vastgesteld, doordat zij
o. m. bepaalt, dat tot verzekering van de nakoming van de be-
palingen en voorwaarden aan vergunningen tot vervening verbonden,
tot het doen naleven van de bestaande voorschriften omtrent ver-
veningen en tot bevordering der belangen van de vervening de
Provinciale Staten, veenschappen of veenpolders kunnen oprichten,
wier reglementen zij vaststellen.
Gemakshalve spreken wij verder slechts van waterschappen, waar
wig zouden moeten melding maken van waterschappen, veenschappen
en veenpolders.
Behalve dus dat het oppertoezicht, ook over waterschappen, aan
de Kroon en het toezicht aan...”
|
|