| 1 |
 |
“...XVI
derde plaats gelegen in de vrijheid der burgers om zich te vereeni-
gen, te vergaderen en hunne gedachten mondeling en schriftelijk
uit te drukken.
Daaraan paart zich de eisch, dat de algemeene zaak door eiken
burger onderzocht en beoordeeld kunne worden. Hieruit vloeit voort,
dat de regeeringshandelingen en maatregelen openbaar moeten zijn,
en dat de middelen om zich op de hoogte te stellen van den eco-
nomischen en maatschappelijken toestand des volks, iedereen ten
dienste behooren te staan.
Het spreekt vanzelf, dat- de hier geschetste rechten en waarborgen
niet in alle constitutioneele Staten in gelijke mate zjjn verzekerd;
niet overal begon men, alvorens tot den constitutioneelen regeerings-
vorm over te gaan, met tabula rasa te maken. Van veel belang
voor de kennis van het positieve Staatsrecht van een land, is dan
ook de studie van zjjne historische ontwikkeling. Waar door den loop
der omstandigheden genoopt de absolute monarch er toe overgaat
zijn volk een...”
|
|