Your search within this document for 'motor' resulted in six matching pages.
1

“...238 Bezwaarschriften tegen den aanslag, kunnen worden ingediend by Gedeputeerde Staten der provincie. De opbrengst der grondbelasting is voor 1910 geraamd op 14.650.000. 2. Het personeel. Den 16 April 1896 (Stbl. n. 72) is een geheel herziene regeling van de Personeele belasting tot stand gekomen, welke regeling ingevolge de wet van 7 December 1896 (Stbl. n. 178) den laten Januari 1897 in werking is getreden. De personeele belasting is een verterings belasting en wordt ingevolge genoemde wet geheven naar de volgende zes grondslagen: 1.huurwaarde; 2.haardsteden; .-go. mobilair; 4. dienstboden; 5.paarden; 6. rywielen; 7. motor- rytuigen. Voor de heffing der belasting naar de eerste drie grondslagen zijn de gemeenten in negen klassen verdeeld, volgens eene by de wet gevoegde tabel *). De belasting naar den zesden grondslag is echter niet in genoemde wet geregeld. De voorschriften daaromtrent vindt men in een nadere wet van 14 Juli 1898 (Stbl. n. 181) in werking...”
2

“...535 van 13 Maart 1821, n. 73 >) in twee klassen gesplitst. Die der eerste klasse worden door het Rijk, die der tweede door de pro- vincin onderhouden. Voorts worden de wegen onderscheiden in provinciale wegen (die door de provincin zijn aangelegd of genaast), gemeentewegen, waterschapswegen en die welke door maatschappijen of bijzondere personen zijn aangelegd, terwijl zij tevens voor het openbaar ver- keer bestemd zijn. De bevoegdheid, welke aan de verschillende besturen ten aanzien van de wegen toekomt, en de verhouding tusschen de besturen onderling mist eene wettelijke regeling. Hetzelfde is het geval met de leggers, waaruit de openbaarheid, de onderhoudsplichtigen, en de breedte van de wegen moeten blijken. Dit onderwerp is thans aan provinciale reglementen overgelaten 1 2). Laat een algemeene wegenwet nog op zich wachten3), ten aanzien van het verkeer bestaan reeds bepalingen van algemeenen aard. Deze zijn neergelegd in de Motor- en Rijwielwet, welke ten doel...”
3

“...536 van deze besturen omtrent het gewone verkeer in den regel ook golden voor Rijkswegen en daardoor ook voor het gebruik van motorrijtuigen van toepassing waren. De wet van 10 Februari 1905, Stbl. no. 69, houdende regeling van het verkeer op de wegen in verband met het gbruik van motor- rijtuigen en rijwielen x) bracht de noodige eenheid. Doordat zij het verkeer regelt in verband met het gebruik van motorrijtuigen en rijwielen, grjjpt zij ook in in het overig verkeer en kan langs dezen weg de noodige overeenstemming tusschen de regelen van den weg worden verkregen. De wet vangt aan met in artikel 1 omschrijving te geven van hetgeen zij verstaat onder: motorrijtuigen, wegen,1 2) Rijkswegen, provinciale wegen en bestuurder (van een motorrijtuig: nl. hij, die het rijtuig bestuurt of onder zijn onmiddellijk toezicht doet besturen). Artikel 2 draagt aan de Kroon op, na verhoor van Gedeputeerde Staten der provincin, by algemeenen maatregel van bestuur voor- schriften vast...”
4

“... overeenkomstig het bovenvermelde verdrag in het bezit is van een internationaal rijbewijs. Voor het besturen van een motor- rijtuig met twee wielen wordt de leeftijd van zestien, voor het besturen van motorrijtuigen in het algemeen, de leeftijd van achttien jaren vereischt. Wegens het overtreden van een der beide bovengenoemde verbodsbepalingen of het met een motorrijtuig op meer dan twee wielen berijden van een voor motorverkeer gesloten weg kan naast de op te leggen straf door den rechter aan den bestuurder de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor ten hoogste een jaar worden ontzegd. Zijn rijbewijs verliest alsdan zijne geldigheid, terwijl hem gedurende dien tijd geen nieuw kan worden afgegeven. Ten einde de handhaving der wet te bevorderen, moet elk motor- rijtuig op behoorlijk zichtbare wijze voorzien zijn van een nummer met letter. Aan den eigenaar of houder wordt daartoe op zijn aan- vraag een nummerbewijs door den Commissaris der Koningin (resp. Minister) verstrekt...”
5

“...REGISTER. 1075 Minister ... Burgemeester, 706. I 531. Motor-Rijwielwet 537. Bijks- "M postspaarbank, 654. Telefoon en Telegraaf , 569., 977. Hoofd- bestuur Posterijen enz., 571. Spoorwegen, 575, 633. Stoomwet, 607. Ministerie. Zie ook Kabinet. Depar- tement van Algemeen Bestuur. Openbaar Ministerie. _____Samenstelling, 120. Aftre- den , 9396, 121. Verzoek tot verwijdering van een , 188. Vereischto voor een , working majority, 121; homogeniteit, 120, 124; Staatkundige richting, 763; zelfstandigheid, 138, 174. Ver- schil van een met de Eerste Kamer, 165. ran Zaken, 121. Ministerie. Cort van der Linden, 941, Fock, 930; van Hall, 95; Heemskerkv. ZuylenSehim- melpenninck, 930. J. Heems- kerk (Eerste), 95, 929. id. (Derde), LIL Th. Heemskerk, LXIII 51- van Houten, 54, 298. Kuyper, 96, 127, 147, 259. 293, 298, 929. Pierson Goeman Borgesius, 147, 293, 298, 323, 810, 930. Rink-de Meester, LXII, 51, 167. Tak van Poortvlietvan Tienhoven, 54, 96, 929...”
6

“...1076 REGISTER. Mis Misdaden. Verplichting tot aangifte van , 62. Misdrijven, 263. Berechting van ' 275. gepleegd buiten het Rijk, door Neder!., 24, 28; door vreemdel., 21. nasporing van *} 313. Mobilair, 238. Zio Belasting. Mobilisatie, 330, 339, 363, 966, 971 Moederland en Kolonin, niet gelijk gesteld, 4. De Vereeniging 5 Moeras, 509, 527. Mogendheden (Vreemde), 1,3,19 111, 131. Mohammedanen, Zie Kol. Bestuur, j Monarchaal bestuur, 661. Monarchie. Begrip , XIV, 674' - absolute , XVI, LV, 88, 137 beperkte , XVI; eonstitutio- Rfif5 Xfn,.,XXVI Lln, 62y, 88, 661; erfelijke 62, 79. Zie 1 verder bij Koning. Monopolie, 250,559,573,833., 844 Moord, 22, 942. Morgengeld, 237. Zie Grondbelas- ting. Motie, 203. der Tweede Kamer van 26 Februari 1883, 188. _____ van afkeuring, 95. van orde, LVII, 88. van vertrouwen, wantrouwen. 163. Motor- en Rijwielwet, 534. Reglement, 537. Motorrijtuig, 535. Muiterij, 591. Munt, 254. Recht van de 84 114, 133...”