| 1 |
 |
“...251
ter vervanging van die van 22 Juli 1870 (Stbi. n. 138). Bedoelde
wet heeft betrekking op het vervoer van brieven, briefkaarten,
dag- en weekbladen, de verzending en inkasseering van gelden, enz.
Eene belangrijke uitbreiding is aan de staatswerkzaamheid op dit
gebied gegeven door de wet van 21 Juni 1881 (Stbl. n. 70), waarbij
de dienst der posterijen wordt uitgestrekt over het vervoer van
pakketten, een gewicht van 5 kilogram niet te boven gaande. Deze
wet heeft alleen betrekking op het binnenlandsch verkeer; de regelihg
van het postpakketten-vervoer met onze kolonin en vreemde Staten
is overgelaten aan den Koning 1). Bij Koninklijk Besluit worden
aangewezen de grootste afmetingen welke de pakketten mogen
hebben, de voorwerpen ongeschikt om als pakket te worden ver-
zonden, de voorschriften omtrent de verpakking, de formaliteiten
door afzenders en geadresseerden in acht te nemen, en ten slotte
de wijze waarop moet worden gehandeld met onbestelbare of door
de...”
|
|
| 2 |
 |
“... wet zal zyn toege-
staan. In verband met de opheffing der muntbiljetten geschiedt
deze voorschotverstrekking renteloos, doch tot geen hooger bedrag"
dan 15,000,000 gulden. De verplichting houdt op 1 wanneer de
Staat weder besluiten mocht muntbiljetten uit te geven, 2 zoodra
en voor zoolang het beschikbaar metaalsaldo der Bank beneden 10-
millioen is gedaald.
Overigens heeft de Staat zich by de wetten van 1888 en 1908 nog an-
dere voordeelen bedongen en is de Bank aan Staatstoezicht onderworpen.
Het kapitaal werd van f16,000,000 op /20,000,000 gebracht, terwyl
de nieuwe aandeelen tegen storting van hun nominaal bedrag en
een uitkeering aan den Staat van 25 % over dat bedrag ter beschik-
king werden gesteld van de aandeelhouders, in verhouding tot hun
aandeelen. Met afwijking van het bovenvermelde verbod van aankoop
goud niet hooger mag worden geschat dan op f 1647.50 en het zilver niet
hooger dan op f 80 per kilogram fijn.
1) Volgens de wet van 1863 had bij nadere wet nog...”
|
|