| 1 |
 |
“...30
dratatiecurven. Ze zijn dan ook het eenvoudigst physisch te
diagnostiseeren.
De beste methoden om deze mineralen te identificeeren zijn:
het maken van rntgenphotos, van dehydratatiecurven en de
bepaling der adsorptie van kleurstoffen of van basen (T).
Het optisch onderzoek en de chemische analyse geven beide
op zich zelf slechts vage. aanduidingen en komen pas meer tot
hun recht bij toepassing in combinatie met de hiervoor ge-
noemde methoden.
Bij de rntgenmethode wordt van het fijne mineraalpoeder
in een cylindercamera een diffractiediagram opgenomen. De
positie, breedte en intensiteit dezer interference's zijn dan ty-
peerend voor de mineralen.
Wel wordt de interpretatie soms zeer bemoeilijkt, omdat de
lijnen mede afhankelijk blijken, niet alleen van de grootte en
hoeveelheid der mineralen, doch ook van hun rooster-onregel-
matigheden, zooals die veroorzaakt worden b.v. door isomorphe
substituties, watergehalte of mechanische storingen. Een semi-
quantitatieve...”
|
|