| 1 |
 |
“... dne dialekten en onderscheidt het volk
der Bataks daarnaar ook in drie hoofdstammen: de Tob a’s
tl'! e iDfrS en Daïriêrs- In het binnenland der
Westkust van Sumatra spreekt men het Mandelingsch dialekt
noordprtVan het Pasaman' 0f °Phirgeb- io het Z. tot aan de
noordelijke grenzen van Sipirok en de Batang-taro-districten
SJoenNO 7^1 der afdeeling Padanglawas.
o-r i van ®Jhoga, Baros en Sorkam en verder in
Silindoeng en in de streken ten Z. en Z.0. van het Tobameer
en nog meer oostwaarts in het N.W. van Padang lawas wordt
ten ¥ p ,gvPw eD> ^rWijl hetDaïri’8ch de heerschende taal is
R Jan Baros en m de binnenlanden van Singkel.
Behalve deze hoofdgroepen vindt men bij de Bataks nog andere
groepen, die gewijzigde dialekten of talen hebben, als de Tim or-
Bataks ten N.0. van het Toba-meer, de Kaja-Bataks ten
Z.0. van deze, de Pakpak-Bataks ten W. van het Toba
meer en op de hoogvlakte de Karo-Bataks. Behalve deze
vindt men er nog andere dialekten.
sche koln^p8 hebb,en’ d°0r...”
|
|