| 1 |
 |
“...
worden.
De landbouwkundige zal ook nuttigen arbeid kunnen leve-
ren, door mede te werken aan de verbetering van de veeteelt.
In de eerste plaats zal getracht moeten worden het zoover
te brengen, dat er steeds, onder alle omstandigheden, vol-
doende voedsel voor het vee is. Blijven de gevolgen van
ongunstige omstandigheden nadeelig zooals thans, dat nl.
in droge tijden' geen voedsel aanwezig is en vele dieren van
honger sterven of geslacht moeten worden, om het gevaar
te ontgaan van ze door honger te zien omkomen, dan zal van
pogingen tot verbetering niet veel verwacht kunnen vierden.
Invoering van nieuwe voederplanten, vooral van de alfalfa,
en een doelmatiger gebruik van het voorhanden zijnde
voedsel, bijv. een fijnsnijden van de maïsstengels, moe-
ten beproefd worden.
Daarna zal nagegaan kunnen worden of het mogelijk is
om door verbetering van de aanwezige rassen van runders,
ezels, geiten, schapen, varkens en pluimvee, dan wel door
invoer van fokdieren uit den vreemde...”
|
|