Your search within this document for 'was' resulted in nine matching pages.
1

“...X VOORWOORD. schooning, doch wee den brave die het waagt, zijn land met meer dan routinewerk te die- nen ! — De verblinde! Denkt hij zijn oog- merk door dwang te bereiken? Is de geschie- denis dan niet daar, om hem op elke bladzijde te leer en, dat vervolging steeds en onveran- derlijk niet alleen het doel mist, maar zelfs de zaak aanmerkelijk helpt bevorderen, die zij bestemd was te onderdrukken ? Hij wij- zigde sedert eenigen tijd zijne koloniale poli- tiek door het verbannen uit de kolonie met des noods opsluiting in de kolonie te ver- wisselen, doch al voegde hij martelvuren bij ketens, de waarheid laat zich niet smoren, en rust telkens met vernieuwde krachten, om de zaak der menschheid te verdedigen en de naam van tirannen aan de algemeene ver- foeijing prijs te geven. ROTTERDAM, 25 Mei 1848....”
2

“... vrij man twee- maal zoo veel werk verrigt, als toen hij slaaf was, zoodat de planters met de helft van het vroeger getal werklieden kunnen volstaan, dan komen de planters ongeveer f 10,000 te kort voor de beta- ling van het arbeidsloon alleen. Het gevolg zal zijn, dat de geëmancipeerde slaven zullen doen, hetgeen tot hiertoe de gemanumitteerde slaven (1) Zie tijdschrift » Bijdragen tot de kennis der Nederland- sche en Vreemde koloniën, Jaargang 1845, n°. 1, Utrecht, bij VAN DER POST....”
3

“... dezer eilanden voor den landbouw. j> Het jaar 1843 zal lang in het geheugen der inwoners van Curacao blijven; want onherstelbaar zijn voor velen de ver- liezen , welke zij ten gevolge der aanhoudende droogte van vier ach teren volgende jaren geleden hebben. — De droogte was zoo sterk, dat op vele plantagiën geen druppel water voorhanden was, noch voor menschen, noch voor vee; het vee moest ver loopen, om elders wat water te bekomen; en dit wel om den derden of vierden dag; want zoo veel water vloeide er niet op eenen dag in de putten, om al het vee te drenken. De sterfte onder het vee is ook dit jaar zeer groot geweest, niettegenstaande dat de kudden in de drie voorgaande drooge jaren gevoelig gedund zijn geworden. Er zal eenige tijd moe- ten verloopen, eer dat de kudden zich zullen hersteld heb- ben. Eenige achtereenvolgende goede regenjaren worden hier- toe vereischt. » Deze lange droogte heeft een ander nadeelig gevolg voor...”
4

“... uit te oefenen, welke het niet toekwam, was niet gezind hare speelpop zoo spoedig uit de handen te geven. Geholpen door den Minister van koloniën, die hetzij Whig of Tory onveranderlijk afkeerig is van eiken maatregel, welke de strekking heeft, zijn gezag over de koloniën te besnoeijen, verhinderde het de planters, het door de emancipatie ontstaan gebrek aan handen voor den arbeid aan te vullen, op zoo- danige wijze en door zulke middelen als zij daartoe geschikt oordeelden, en toen de vergunning tot ko- lonisatie eindelijk gegeven werd, geschiedde zulks eerst in een laat uur, en op verre na niet in die...”
5

“... geweest in vruchtbare koloniën met eene welva- rende bevolking, die gewoon was voor zich zelf te denken, bij wie de meening zich onverholen uitte, en kennis onder alle klassen der ingezetenen ver- spreid was; — waar eene bestendige werking en wrij- ving van gedachten bestond; — waar de godsdienst (1) The forthcoming report of the select committee on this subject will Convince even the most incredulous that by the direct and immediate operation of imperial legislation the West-India planters have been reduced to such a condition that succesful trading became a matter of sheer impossibility. The Times, tuesday, May 16, 1848....”
6

“...18 den verderfelijken invloed van een ministerie van koloniën op den toestand der Overzeesche bezit- tingen , als wanneer het over deszelfs vroegere blindheid verbaasd zal staan. De toestand van het rijk niet minder dan die van de koloniën eischt, dat men dit tijdstip bespoedige (1). De koloniën moeten zich zelf besturen; — zij kunnen het! Alleen een » geroutineerd ambtenaar” mag wil- len beweren, dat er zwarigheid in steekt; hij kan er even goed bijvoegen, dat de aarde stilstaan of de zon verduisteren zou, indien de Administratie- stukken verdwenen! In ’s hemels naam, laat ons afgedaan krijgen met dit gekwezel over de noodza- kelijkheid van de zoogenaamde » behoorlijke Ad- ministratie en Controle!” want voor zoo veel mij van die behoorlijkheid gebleken is, — en ik heb er zeven jaren lang tot over de ooren ingezeten — mogen zij het bestaan verschuldigd zijn aan den Prins van beiïevento , in wiens beschouwing het spraakvermogen aan den mensch geschonken was, om de...”
7

“... laste van de- armenkas zal komen, glad weg (3); -— (1) Een Noord-Amerikaansche spotboef gaf den Majoor esser deze titels in een der nommers van de New-York Herald, waarop Z. H. E. Gestr. in verrukking over zoo groote vermaardheid, last gaf, het artikel in de Cura9aosche Courant over te nemen. (2) Yan deze som, welke voor het dienstjaar 1847 henoodigd was, moest ƒ 182,839 door de koloniën en de overige ƒ243,655 door het Moederland wordcnbetaald. (3) Is het niet bespottelijk, dat het Gouvernement in Neder- land zijne zorgen over de koloniale armenkas uitstrekt, terwijl in de koloniën de armbussen, zelfs op de koloniale Secretarie, bestolen worden? Deze daad heeft het bestuur van Curasao getracht te verbergen, schoon er slechts één gevoelen bestaat...”
8

“..., welke als plan- ters er belang bij hadden, dat de wegen in goede orde werden gebragt, stemden gereedelijk toe, dat het bedrag door de inge- zetenen zou worden opgebragt. — Hierop merkte iemand aan, die hoewel geen lid, echter in den raad zitting had, dat dit niet kon geschieden, dewijl het uitdrukkelijk bij het regerings- reglement bepaald was, dat geene belasting zal mogen worden geheven, zonder daartoe de vergunning van den Koning ge- vraagd en verkregen te hebben. — Men antwoordde dat het geene belasting maar slechts eene contributie was. — De eerste spreker vroeg daarop, hoe men zich redden zou, in het geval dat de ingezetenen weigerden, de contributie te betalen ? waarop het antwoord luidde: dat de Leden van den kolonialen raad tevens Leden van de regtbank waren, en dus wel zouden zorgen, de onwilligen tot betaling te dwikgen !!! Ziedaar de onafhankelijke regterlijke magt in de koloniën. (2) De Majoor essee is een prozaïsch man! Hij erkent gee- nen auteur, die den...”
9

“... Nederlandsche West-Indische be- zittingen , met uitgebreide magt tot het nemen van al zoodanige maatregelen, als de omstandigheden, mogen vorderen; — dat het tevens eenige oorlog- schepen te zijner beschikking stelle, niet om met (1) De Majoor esser, niet lang nadat hij, zoo als bekend is, (zie Cura9aosche Courant van den 12 December 1846, n°. 50) door eenen Militair voor het front van zijne onderhebbende troe- pen eenen slag in het aangezigt had ontvangen, eene gewapende inspectie willende houden, beval vooraf de vuursteenen van de geweren te laten nemen* — De indruk hierdoor te weeg ge- il ragt was groot en algemeen ƒ...”