Your search within this document for 'mas' resulted in two matching pages.
1

“...20 en laat het als voorheen worden vastgesteld, dat elk, die zich in de koloniën wil nederzetten, voor een zeker getal jaren vrijstelling van belas- ting zal genieten; — deze en andere voorregten moeten worden uitgeloofd, dewijl de vreemdeling door zich in de verarmde Nederlandsche West- Indische eilanden te vestigen, ons eene gunst be- wijst. Dat hij, door wien men noodig acht de majesteit des Konings in de genoemde eilanden te doen vertegenwoordigen, een vrijzinnig, bekwaam en regtschapen man, niet de onderworpen pacha van een despotisch Grootvizier zij (1); — dat Chris- ten Zendelingen, niet van het Gouvernement voor hunne bezoldiging afhankelijk, Gods Woord in de koloniën verkondigen; zorg, dat zij om de drie ja- ren worden vervangen; houd beweging in dien stroom; indien zij stilstaat, komt er bederf. Moe- dig den handel aan, de tijd is juist nu ongemeen gunstig, daar de handel van Europa op St. Tho- mas, door den oorlog, waarin Denemarken ge- wikkeld is, ligt...”
2

“... gaan, dewijl het zich sterk gevoelt door de bemoe- digende zekerheid, dat geen gouvernements admini- stratie onder bevel van eenen Majoor bij het batal- jon jagers, maar zij zelve alleen hare belangen re- gelt en bestuurt (1); ook onder zulk eene vrije (1) De heer«chende klagt in de Nederlandsche West-Indische eilanden i« de belasting; en echter is het bedrag per hoofd niet soo zwaar, als dat hetwelk men zonder morren te St. Tho- mas en andere vreemde eilanden betaalt; — dit ligt daaraan, dat belasting drukkend of ligt te dragen valt, in verhouding tot de middelen van bestaan. — Van daar dan ook, dat enkel verligting van belasting met behoud van den tegenwoordigen...”