| 1 |
 |
“...VOORWOORD.
VII
Hen hiertegen te vrijwaren is de onschend-
baarheid des Konings op de dienaars van de
kroon over te brengen, met hetwelk te doen
de deur geopend wordt voor een misbruik
van gezag, hetwelk onveranderliji van de treu-
rigste gevolgen is. — Men overschrijde echter
zoo mogelijk nimmer den huisselijken drem-
pel; alles wat niet onmiddellijk met het pu-
bliek karakter in betrekking staat, blijve steeds
heilig, en hieraan heb ik mij niet vergrepen.
Overigens is de taak van misbruiken aan te
wijzen, ofschoon onbetwistbaar van het hoog-
ste belang, bij uitstek hatelijk, want daar-
voor geeft hij, die dezelve opneemt, zich zelf
tot een zoenoffer. — Geen goed wordt bewerkt
zonder veel lijden, geen volk heeft zijn heil
verworven zonder veel ramp, — en zelfs het
behoud der wereld eischte de wreedste mis-
kenning en een smadelijke dood! — Zij, die
zich bij den aanval in de verloren hoop scha-
ren , vallen in de bres; die nakomen, snellen
over hun Ijk ter...”
|
|