| 1 |
 |
“...3
welke jaarlijks reeds zijn en nog bij voortduring
worden te koste gelegd 1° aan de in die wateren
zoo nutteloos gestationneerde oorlogschepen; 2° aan
een departement van het beheer der West-Indi-
sche zaken in het Moederland, noch ook de ont-
zettende sommen, welke van tijd tot tijd door
het pensioen-fonds der West-Indische ambtenaren
en derzelver natelatene betrekkingen wordt ver-
zwolgen.
Natuurlijk ontstaat hier de vraag: welk voor-
deel vloeit uit het bezit dezer koloniën voor
Nederland voort, om de besteding dezer sommen
te billijken?
Nederland trekt geene producten uit de drie
laatstgenoemde der boven bedoelde eilanden en
zendt er evenmin goederen heen! De voortbreng-
selen van Si. Eustatius en Si. Martin bestaan
in eene geringe hoeveelheid suiker en yams; de
rum, batatten etc., die zij opleveren, zijn niet noe-
menswaardig ; Si. Martin heeft ook zout; het
eiland Saba levert niets en kost niets, dus behoeft
het niet in den kring mijner beschouwing te ko...”
|
|