| 1 |
 |
“... de onzekerheid van
de Europeaan”. Engelman looft
de zuiverheid van opzet en scherpte
van waarneming. Hij zegt: “Wat.
Multatuli behandelt in een vlam-
mend en poëtisch betoog, met be-
zielde rhetoriek, is hier door Coupe-
rus geanalyseerd en op uiterst sug-
gestieve wijze tot beeld gebracht”.
Engelman vindt dat de sterkste
scènes iets hebben van wat in een
antiek noodlots-drama gebeurt en
hij wijst op een “profetische blik”.
Engelman gaat dan voort: “Wat
Couperus in “De stille kracht”
heeft uitgebeeld, voelbaar heeft
gemaakt, is niet het voor of tegen
van een politieke idee of een ko-
lonisatie-opvatting, maar de mys-
tiek der zichtbare dingen op dat
eiland van geheimzinnigheid, dat
Java is”.
“Uiterlijk de dociele kolonie met
het overheerste ras”, zo preciseert
Couperus, in zijn wel zeer apart
proza, “dat niet opgewassen was
tegen de ruwe koopman, die, in de
glorietijd van zijn republiek, met
de jonge kracht van een jeugdig
volk, gretig en winzuchtig, rond en...”
|
|