| 1 |
 |
“...7
388 DOOR HET LAND VAN DON QUIJOTE ss
“Don Alonso Quijano, de Goede,
zit aan een zware, donkere tafel van
notenhout; zijn spitse, knokige
ellebogen steunen krachtig op het
harde tafelblad; zijn begerige blik-
ken zijn vastgenageld aan de witte
bladzijden vol kleine lettertjes van
een omvangrijk boekdeel. En van
tijd tot tijd richt het dorre bovenlijf
van Don Alonso zich op; de edel-
man zucht diep; nerveus, en ge-
spannen schuifelt hij op zijn breed
gestoelte. En zijn blik schiet van
de witte bladzijden van het boek
plotseling naar het oude, verroeste
zwaard dat aan de wand hangt.”
Aldus roept de Spaanse roman-
cier Azorin voor zijn lezers het
beeld op van de man die model
heeft gestaan voor de grandioze
schepping van Cervantes: Don Qui-
jote de grootste van de dolende rid-
ders: en hij neemt ons een ogenblik
inee naar het stadje Argamasilla
de Alba in de “Mancha”, waar de
wieg van Don Alonso moet hebben
gestaan. Het boek waarin Cervan-
tes deze...”
|
|
| 2 |
 |
“...8
voorbestemd om hersenschimmen te
verwakken. De gevallen van “hekse-
rij” en betovering, van het toedienen
van liefdesdrankjes' en schadelijke
spijzen, lopen in de duizenden.“Wat
te zeggen van deze geëxalteerde
fantasie van de Mancha?” vraagt
de schrijver. En zijn antwoord is
niet opwekkend: “Het dorp slaapt
in een diepe rust; niemand doet
iets; de akkers zijn ternauwernood
met de keltische ploeg openge-
scheurd; de moestuinen zijn ver-
waarloosd; el Tomelloso, zonder
water, zonder andere bevloeiing
dan het water dat in zijn putten
staat, voorziet Argamasilla van
groenten, Argamasilla, waar de
Guadiana bedaard en zonder diepe
geul doorheenstroomt en langs
tuinen vloeit; de dagloners van het
dorp verdienen twee realen minder
dan die van de naburige dorpen.
Vergeeft mij, brave, edele vrienden
van Argamasilla: gijzelf hebt mij
deze gegevens verstrekt. In dit
verval, als in een stilstaande poel,
gaat de tijd langzaam voorbij: alle
begrip sluimert. En...”
|
|