| 1 |
 |
“...9
DE HINDOE - JAVAANSE
BESCHAVING
(vervolg van bladz. 4)
door de persoon, die het betrok-
ken voorwerp of de betrokken
| vorm gebruikt, en door hem
de groep, de familie, de stam,
waartoe hij behoort, wordt gebaat
en ongunstige invloeden worden
geweerd en gekeerd. Dat die voor-
werpen en vormen in onze ogen dan
dikwijls ook nog grote schoonheid
bezitten, is volstrekt bijzaak,
toevalligheid.
De prachtige patronen van ’n
Toradjase of Soembanese doden-
doek moeten zo en niet anders
zijn, wil de ziel van de overlede-
ne, wiens lichaam zij omhullen,
veilig het land aan de overzijde
bereiken; het fantastische snij-
werk op een Dajakse mandau
(kapmes) waarborgt de bezitter
succes op een sneltocht; de kik-
vorsen op de prea-historische
ketel trommen bevorderen de re-
genaantrekkende kracht van de-
ze bronzen speeltuigen, enz. En
dit is geenszins een verschijnsel,
dat alleen aan primitieve cultu-
ren gebonden is : ook een Hin-
doe-Javaanse tempel houdt zich
in...”
|
|