| 1 |
 |
“...warme belangstelling genoten had. Tot het ondernemen van
nieuwe bedrijven, of van onderzoekingen die daartoe konden
leiden, werd nooit spontaan en krachtig aangemoedigd en op
weg geholpen, bestaande ontginningen werden bij lange na niet
gesteund zoover het vermogen van de regeeringen reikte.
Aan den anderen kant heeft de Overheid nooit moeite gedaan
om te trachten den geheelen Indischen mijnbouw te beheer-
schen, d.w.z. zijn oogenblikkelijken toestand en zijn vooruit-
zichten grondig te leeren kennen en — voorzien van die ken-
nis — zoodanig te ordenen dat die industrie in de eerste plaats
ten bate van het algemeen belang functionneerde.
Beide verschijnselen spruiten in laatste instantie natuur-
lijk 'voort uit groote onverschilligheid van de zijde
der regeeringen voor alle nationale ontginning van minerale
grondstoffen, en deze negatieve gevoelens zijn op him beurt
weer het gevolg van twee andere geestelijke toestanden. Tep
eerste heeft de liberalistische geest...”
|
|