Your search within this document for 'fluor' resulted in three matching pages.
1

“... van aluminium, welk metaal tegenwoordig zoo goed als uitsluitend uit dat erts wordt bereid. Tevoren was kryoliet daarvoor de voor- naamste grondstof, een Groenlandsch mineraal, bestaande uit natrium, aluminium en fluor. Men kan rekenen dat ongeveer 2/3 van de wereldproductie van bauxiet tot aluminium wordt ver- werkt, het overige wordt tot andere doeleinden verbruikt. Zoo bereidt men ook wel aluin of aluminiumsulfaat eruit, be- nevens andere chemicaliën die te pas komen bij waterzuive- ring, bij het looien en verven van stoffen. Ook wordt vuurvast materiaal voor ovens uit bauxiet gemaakt ën kunst-slijpmate- riaal Bij de raffinage van aardolie bewijst het goede diensten. Door smelten van bauxiet met kalksteen verkrijgt men hoog- waardige aluminiumcement of bauxietcement, die o.a. met door zeewater wordt aangetast. 292...”
2

“...XIX JODIUM Jodium is een niet-metallisch element, behoorende tot de z-8- groep der halogenen, die ook chloor, broom en fluor om- vat. Het vormt zwartgrijze plaatjes met metaalglans, welke doen denken aan grafiet. Het wordt aangetroffen als regel (de uitzondering hierop vormen slechts enkele zeldzame koper-, lood- en zilverertsen) in den vorm van verbindingen met kali, natron en kalk, steeds met de chloriden dezer metalen en soms met de bromiden ervan tezamen. Deze zouten komen als vaste stof voor in de Stassfurter „Abraumsalze", verder op groote schaal — maar dan als calcium- en natriumjodaat — in de uit- gestrekte salpeterafzettingen van Chili. Ook treft men die zou- ten in vele zoute bronnen, vaak vergezeld van slik en modder, en in het water dat op petroleumterreinen wordt aangeboord. In sommige streken, b.v. in Pennsylvania, kan dat water zeer rijk aan jodium zijn. Tenslotte komt het element voor in het zeewater, weliswaar in sporen, maar het totaal aanwezig in...”
3

“...y Naar het gehalte aan tricalciumfosfaat wordt de prijs van het fosfaatgesteente bepaald. Zuidzee-fosfaten hebben 80% of meer, met weinig klei of ijzer. Die' van de Noordkust van Afrika hebben 60% en meer, de Amerikaansche 70 80%. G wone bijmengselen zijn koolzure kalk (in den vorm van kalk- steen of van koraalkalk), ijzer- als ijzerfosfaat, maar ook als oxyd of als pyriet, en aluminium als fosfaat of silicaat. Een met te hoog gehalte aan kalk werkt eerder gunstig, bij te veel daar- van echter (boven de 5%) wordt het verbruik aan zwavelzuur bij de bereiding van superfosfaat onnoodig hoog. Fluor wer zeker schadelijk, ijzeroxyd en aluinaarde naar de heerschende meeningen eveneens. De volgende tabel geeft de jaarlijksche producties van de voornaamste productielanden vanaf 1928. PRODUCTIE VAN FOSFAATGESTEENTEN Z/lniTPn^eTi tonnen) 1928 I 1929 I 1930 11931 I 1932 | 1933 j 1934 | 1935 Landen Frankrijk . . Rusland Algiers Egypte Fransch-Marokko Tunis Ver. Staten...”