| 1 |
 |
“... bevolking, gelegen aan weerskanten van
den Atlantischen Oceaan, die de wereld beheerschen door hun
industrieele macht, resultante van superieure menschelijke
energie en uitgestrekte steenkoolafzettingen in deze gedeelten
der aarde.
Van 1914 tot 1918 is overtuigend gebleken welke enorme
waarde steenkool heeft, als energiebron op zichzelf zoowel als
hulpmiddel voor de productie van ijzer en staal, ook voor den
modernen oorlog. Dit verklaart waarom alle staten in de tegen-
woordige tijden zoo groot belang hechten aan de ontwikkeling
van hun mijnbouw.
Na den wereldoorlog ging de groei van de steenkool-exploi-
tatie weer voort, waarbij eenige nieuwe namen verschenen op
de lijst der Europeesche productielanden. Hoewel het maximum
van de wereldproductie, behaald in 1929 — juist vóór de crisis,
belangrijk hooger was dan dat van 1913 — vóór den wereld-
oorlog (1325 millioen tegen 1216 millioen ton), ging echter deze
toename in een veel langzamer tempo. Het was duidelijk, dat
inmiddels...”
|
|