| 1 |
 |
“... bijzonder, het besef
aangekweekt van de eminente beteekenis * der overzeesche gebiedsdeelen in het
Koninkrijk. Zij hebben de continuïteit in de parlementaire belangstelling bevorderd.
Nog kort geleden is dit duidelijk gebleken in den brief, door den voorzitter van
de Partij van den Arbeid gericht aan de hoofdbesturen van de socialistische partijen
in Indonesië. In den aanvang van dien brief toch wordt melding gemaakt van
een gestadige politiek van verzet „tegen het voortduren van de koloniale verhou-
dingen”, haar oorsprong nemende uit het optreden van groote parlementaire figu-
ren, als H. van Kol en Mr. C. Th. van Deventer. De oude Sociaal-Democratische
Arbeiderspartij kon hier te recht van een traditie gewagen, gevormd door Van Kol
en voortgezet door mannen, als Ir. J. W. Albarda en J. E. Stokvis, om ons tot
dezen te bepalen.
*) Vgl. Staatsrecht overzee door mr. C. van Vollenhoven 1934» blz. 169.
232...”
|
|