| 1 |
 |
“..., die in Nederland en sinds 1906 ook niet in
Nederlandsch-Indië bestond.
Ook de fundamenteele rechten van vereeniging en vergadering kunnen voor
kerkelijke gemeenten van groot belang zijn.
Deze drie grondrechten konden zelfs in de Nederlandsche Grondwet niet ten volle
gewaarborgd worden. Zoo kan de wetgever het drukken en zelfs het verspreiden
van stukken van een bepaalden inhoud of strekking verbieden, terwijl het recht
van vereeniging en vergadering altijd in de wet beknot kan worden „in het belang
van de openbare orde”.
Volstrekte vrijheid van bepaalde gedachtenuitingen als tooneelvoorstellingen,
bioscoopvoorstellingen en radio-uitzendingen is in geordende en democratische
staten niet te waarborgen. Preventief toezicht is voor deze soort van gedachten-
uitingen noodzakelijk. Het is echter onbillijk, om, gelijk de Egyptische Regeering
deed, het uitzenden van voorlezingen uit de Koran wel toe te staan en uitzending
van voorlezingen uit den Bijbel niet toe te staan.
Opdat...”
|
|