| 1 |
 |
“... van den Bey, voor als na de vestiging van het
protectoraat, de voornaamste rechtsbron. Het waren ook decreten van den Bey die
de hervormingen, gevorderd door het tractaat van 8 Juni 1883, doorvoerden.
Bij de voorbereidende werkzaamheden voor deze eigen wetgeving kunnen de
Résident-général en zijn diensten belangrijken invloed hebben gehad, principieel
veranderde dat niets aan de situatie.
Uit de protectoraatsverhouding vloeide voort dat de afkondiging en tenuitvoer-
legging van decreten van den Bey door den Résident-général moesten worden
goedgekeurd.
De inmenging van het moederland in de Tunische wetgeving (door de wet,
emaneerend der kamers of bij decreet van den Resident met daarop gevolgde
afkondiging in Tunis bij decreet van den Bey) is uitzondering gebleven. „En
régie générale la législation tunisienne est -faite a Tunis et non ü Paris”. Dit in
tegenstelling met de eigenlijk koloniale wetgeving.
Voor Marokko gold hetzelfde als voor Tunis (de „dahirs” van den sultan...”
|
|