| 1 |
 |
“... wijziging in den
rol van den „colon”. Inplaats van directe en beperkte exploitatie van een concessie
zal de „colon” van zijn concessie een voorbeeld maken voor de aangrenzende
inheemsche productie en zichzelf opwerpen tot voorziener en promotor van die
productie”. „Onze geheele uiteengezette politiek — zegt voorts de G.-G. — ver-
onderstelt de versteviging van den band met den grond, en de ontwikkeling van
den „indigène ’ in het kader van de collectieve traditioneele instellingen”.
De groei van een losgeworteld proletariaat is een afzonderlijk probleem. Naar
behoud van oude banden zal men hebben te streven.
Het lijkt alsof deze in oorlogstijd uitgegeven instructie, die men in zijn geheel
dient te lezen, verder strekt dan alleen maar voor 1’A.E.F. Want onmiskenbaar is
de invloed daarvan op den gang van zaken op de Conferentie van Brazzaville
(het gezag dat G.-G. Eboué op den duur had, was daaraan stellig niet vreemd)
en mogen dan Noord-Afrika en Indochine hier formeel al buiten...”
|
|