Your search within this document for 'Irak' resulted in five matching pages.
1

“..., echter zonder de clausules betreffende nationaliteit, zoodat Turkije zijn onderdanen willekeurig de nationaliteit kon ontnemen. Na de vredesconferentie werden door den Volkenbond in verschillende vormen 2) staten zooals Albanië, de Baltische staten, Irak, de vrije sta,d Dantzig, het Memel- gebied ten aanzien van hun minoriteiten in dezelfde positie gebracht als de andere bovengenoemde landen. Een Duitsch-Poolsch verdrag (1922), dat een verdeeling van Opper-Silezië onder Duitschland en Polen onder een bijzonder 15-jarig régime regelde, telde tal van artikelen, die uitvoerig de bescherming der minderheden vaststelde. Dan zijn er nog aanvullende tractaten te vermelden tusschen Griekenland en Italië, tusschen Oostenrijk en Tsjechoslovakije, tusschen Roemenië en Yougoslavië, enz., die op de basis van vroegere gesloten verdragen nog eenige bepalingen omtrent minoriteitenkwesties behelzen. *) De voorgeschiedenis van dit tractaat is te lang om hier weer te geven. Een overzicht hiervan...”
2

“... den Franschen tekst staat „y étant domiciliés”, in den Engelschen tekst „habitually resident there”. Volgens een advies van het Permanente Hof van Internationale Justitie van 15 Sept. 1925 be- teekenen deze woorden permanent gevestigd zijn, dus met de bedoeling er te blijven. 2) De gegevens omtrent Turkije, Egypte, Irak en Iran zijn ondeend aan: The Church and the State (vol. VI van de uitgaven van de Tambaran-conferentie van 1938, gepubliceerd door de International Missionary Council). I}?...”
3

“... van niet-Mohammedaansche minderheden. Alle faciliteiten en vergunningen zullen verleend worden aan be- staande vrome stichtingen en aan godsdienstige en liefdadige instellingen, terwijl ook de noodige faciliteiten aan nieuw op te richten instellingen zullen worden verleend. De bekeeringsvrijheid is in dit verdrag ook niet geregeld. De Turksche wet verbiedt alleen uitdrukkelijk het bekeeren van minderjarigen. Hoewel het naar Zwitsersch model ontworpen burgerlijk wetboek voorschrijft, dat een meer- derjarige vrij is in de keuze van zijn godsdienst, worden de buitenlandsche zen- dings- en missiecorporaties gewantrouwd en tegengewerkt, omdat zij als voor- loopers van westersch imperialisme worden beschouwd. Wel heeft Turkije zich losgemaakt van de macht van de Islam, die sinds 1928 geen staatsgodsdienst meer is; maar het is dan ook niet de Islam maar het nationalisme, dat zich tegen vreejnde zending en missie verzet. De Declaratie van Irak, waar de Islam wel staatsgodsdienst is...”
4

“... intimidatiemid- delen, ongeldig verklaren van kiezerslijsten, schennis van het geheim der stem- ming, enz. ! Artikel 76 van de Conventie betreffende Opper-Silezië verbiedt eenige schennis van actief en passief kiesrecht der minderheden. In het bijzonder mag niet geëischt worden, dat die onderdanen eenige kennis of beheersching van de officieele taal bezitten. In het artikel 4, lid 2, der Declaratie van Albanië (1921) wordt speciaal beloofd een kiesrechtsysteem, dat rekening zal houden met de rechten der minderheden. De Declaratie van Irak schrijft voor een verkiezingsstelsel, dat een rechtvaardige vertegenwoordiging van minderheden garandeert. Het artikel, dat religieuze discriminatie ten opzichte van de toelating tot overheids- betrekkingen verbiedt — te vergelijken met ons Grondwetsartikel 176 — is voor het minderhedenrecht van weinig beteekenis, omdat het alleen de religieuze min- derheden (in Turkije, Albanië; ook de Protestanten en Grieksch-Orthodoxen in Polen en de Joden in...”
5

“... door de Fransche Regeering een verzoek betreffende de in Syrië en Libanon gestationneerde troepen afgewezen. En tenslotte ontsnapt de evacuatiekwestie van Engelsche en Fransche troepen uit Syrië en Libanon maar nauwelijks aan een uitvoerige behandeling voor de U.N.O. De evacuatie van Syrië is thans beëindigd; met Libanon zal dat op 1 Augustus 1947 het geval moeten zijn. De overeenstemming met Libanon is bereikt in het Fransch-Libaneesche tractaat van 23 Maart 1946. Met dit tractaat worden, volgens de min of meer officieele Fransche lezing, tegelijkertijd de onafhankelijkheid van Syrië en Libanon en de economische en cultureele belangen der Franschen in die gebieden gegarandeerd en beschermd; economisch in het bijzonder de Fransche deelname in de Irak petroleum voor 23,5 pet. Aan het slot van deze aan Chronologie du Conflit Mondial 1935—1945 (Roger Géré — Charles Rousseau) ontleende recapitulatie, mag een opmerking van Mon- taigne hier worden herhaald. Sprekend over de...”