Your search within this document for 'Indonesia' resulted in eleven matching pages.
1

“... onderdrukking van de muiterij op de Zeven Provinciën en het geven van gelegenheid aan interpellant om zich voor een onderzoek naar Indonesië te begeven . . . 69/3 st. 1933—34 Effendi omtrent de laatste maatregelen van de Indische Regeering ten aanzien van de volksbeweging en de leiders van de Partai Nasionel Indonesia 57/19 st. 1945 de Wilde in verband met de ernstige gebeurtenissen, die zich in den Indischen Archipel afspelen, en die van zoo overwegende be- twln-nis zijn voor het Nededandsche volk en de volken van Indië. (De Voorzitter ^eide — Hand. blz. 13/14 — dat by met bet oog op de beperkte bevoegdheden van de tijdelijke Staten-Generaal geen vrijheid kon vinden een verdoek tot bet houden eener interpellatie in overweging te nemen.) 1927—’28 B. de Visser in verband met de gebeurtenissen te Samannda (Z.O.- kust van Borneo), waarbij 12 Chineezen gedood en 25 personen In de zitting 1929— ’30 ingetrokken. gewond zouden zijn 1928-—’29 de Visser over de toestanden in het...”
2

“...) — nale bezoldigingsregelingen. 1937—1938 Tweede Kamer . 9 (“) 1 (14) 1. v. d. Volksraad betr. het bijeenroepen v. een conferentie tot opstelling van een plan teneinde N.-I. den staat van zelfstandigheid binnen de gren- zen van art. i GW. te geven. *) (15) 1. v. d. Volksraad betr. verlenging van den duur Eerste Kamer . . 3(15) ’ — v. d. ordonnantie inzake de heffing van een tijdelijk 1938—1939 Tweede Kamer . 5 n extra uitvoerrecht en verhooging van het bedrag v. h. uitvoerrecht. (16) 1. v. d. Volksraad betr. nadere aanv. v. d. Volks- Eerste Kamer . . ' — „ raad-positie-regeling 1926, opdat a. d. afgetreden Ï939—194° Tweede Kamer . 5(i’en18) i Volksraad-leden pensioen worde toegekend. (*7) 1. v. d. Volksraad betr. verlenging v. d. duur Eerste Kamer . . tPï — v. d. ordonnantie inzake heffing v. een tijdelijk ï945—ï946 Tweede Kamer . 5 defensie-uitvoerrecht. (18) 3 van: 4 leden v. d. Volksraad; Partai Persa- Eerste Kamer . . — toean Indonesia te Batavia; Kari Oesman Siregar, 1946 I...”
3

“... Indonesia” den revólutionnairen weg op. Dit zou later blijken groote gevolgen te hebben. Inmiddels was ook in Ned.-Indië, buiten den Volksraad, een revolutionnaire actie ontstaan. In 1914 was te Semarang opgericht de Indische Sociaal-Democratische Vereeniging (I.S.D.V.); o.m. door H. J. F. M. Sneevliet, secretaris der Handelsvereeniging aldaar, die ook de leiding kreeg in de Vereeniging van Spoor- en Tramwegperso- neel (V.S.T.P.). Het doel zou zijn: propaganda voor sociaal-democratische ideeën, deelneming aan practische politiek, enz. Al dadelijk werd getracht contact te krijgen met Insulinde en S.I. Het streven was, zooals Sneevliet het in 1916 uitdrukte, in den Inlander het „revolutionnair sentiment” te wekken. Wat dit zou kunnen beteekenen, leerde de Russische revolutie van 1917. In dat jaar scheidde zich de I.S.D.P. (boven besproken) af van de I.S.D.V., die den radicalen koers van het Russische communisme verkoos. De verkondigde denkbeelden vonden ingang in den kring der S.I...”
4

“...een bond gesticht voor Indonesisch scheepsvolk der Nederlandsche mailbooten. In Ned.-Indië kwamen nu bonden van havenarbeiders, personeel van suiker- fabrieken, enz. . Geleidelijk werd de organisatie versterkt en aaneengesloten, een stakingsatmosteer verwekt. -.'L t . ' ■ In 1925 kwam het tot stakingen te Semarang en Soerabaja. Ook nu weer greep de Regeering in; de leiders geraakten in hechtenis, het vergaderrecht werd beperkt. . De P.K.I. besloot nu tot vorming van terroristische groepen en tot aanstichting van onlusten. De geheime Dubbel- of Dictatoriale Organisatie „D.O.” was het middelpunt. De hoofdleiding ging uit van Singapore. Ergens in Oost-Azië werd een centrale organisatie opgericht, de „Partei Republiek Indonesia (Pari), die zou moeten uitgroeien tot een revolutionnaire massa-beweging en een Indonesische Federatieve Republiek. . In 1926 ontstonden op Java ernstige ongeregeldheden, op Sumatra in 1927- Hierop volgde een krachtig ingrijpen van de Regeering...”
5

“... naar „nationaliteit” gesplitst in 3 groepen van Nederlandsche onderdanen: Nederlanders, Inheemschen en Uitheemschen. Als reden werd aan- gevoerd, dat iedere groep voor eigen belangen moest kunnen opkomen. Inderdaad was wel gebleken, dat de belangen niet steeds samenvielen. Intusschen werd de ver- flauwing van het associatie-beginsel hierdoor nog geaccentueerd. In het geheel namen nu 6'/2 millioen kiezers indirect aan de verkiezing van den Volksraad deel. Ook de verbreeding van de basis kan er toe hebben bijgedragen, dat nationale groepen zich duidelijker in den Volksraad gingen afteekenen. Een Inheemsche nationalistische strooming trad in den raad meer op den voor- grond. Het I.E.V. nam (met 6 leden) een belangrijker plaats in. Begin 193° vormde zich in den Volksraad de Nationale Fractie, aanvankelijk bestaande uit 1 o Inheémsche leden, niet tot eenzelfde partij behoorende óf partij- loos. Doel: zoo spoedig mogelijk onafhankelijkheid van Indonesia. Als middelen werden genoemd...”
6

“...van alle politieke, economische en intellectueele verschillen, welke het gevolg zijn van de koloniale antithese; het aanwenden van alle daarvoor in aanmerking komende wettige middelen. Aanleiding tot aaneensluiting was o.m. de vorming van de Vaderlandsche Club (zie beneden), doch ook het ingrijpen der Regeering in 1929, gevolg van revo- lutionnaire nationalistische actie. Tot de groepen, uitsluitend of hoofdzakelijk op nationalisme gegrondvest, werden toen gerekend Boedi Cetomo, Persatoean Bangsa Indonesia, Partai Nasional Indonesia, Pasoendan en verschillende andere meer regionale groepen, de Partai Ra’jat Indonesia en de federatie Permoefakatan (Persatoean) Perhimpoenan1 Politiek Kebangsaan Indonesia. In de religieus georiënteerde groepen, de Partai Sarekat Islam Indonesia en de politieke vereenigingen van Inheemsche Christenen, de Perserikatan Kaoem Christen, de Partei Kaoem Masehi Indonesia en de Pakem- pelan Politiek Katholiek Djawa, bleek het nationalistisch...”
7

“... en vertrouwen op eigen kracht ter verkrijging van algeheele vrijheid. In 1929 hadden huiszoekingen plaats bij leiders der Sarekat Kaoem Boeroeh Indonesia en bij propagandisten der vakbeweging, voorts ook b.v. bij Mr. I. Koesoema Soemantri te Medan; blijkbaar bestonden aanwijzingen voor een weer opleven van communistische actie. De Regeering verklaarde: zij zou „waakzaam afwachten” of het zou komen tot constructieve werkzaamheid, tot een houding van discipline, tot ordelijke vak-actie; zij betreurde de betoonde felheid. Weer werd gewaarschuwd, dat zoo noodig zou worden ingegrepen. Hierop volgden weer vergaderingen met felle taal en ook weer nieuwe waarschu- wingen. En de vergaderingen werden voortgezet. Nu volgden huiszoekingen bij verschillende P.N.I. leiders. Ir. Soekarno, Man- koepradja, Maskoen, Soepradinata werden in hechtenis genomen. De Regeering verklaarde te willen onderscheiden tusschen evolutionnair en revolutionnair, tus- schen opbouwen en afbreken. Een proces...”
8

“...P.N.I., doch ook die der P.P.P.K.I. geschokt. De organisatie van deze laatste werd in 1931 veranderd; zij zou voortaan heeten „Persatoean Perhimpoenan Politiek Kebangsaan Indonesia”. . .. . , ,V , Mohammad Tabrani propageerde een nieuwe Indonesisch-nationaustiscne radicale organisatie op politiek coöperatieven grondslag; in 1930 kwam hierop tot stand de Partai Ra’jat Indonesia. Zij stelde zich tot doel onafhankelijkheid van Indonesië te bereiken langs parlementairen weg. O.m. wilde zij actie voeren tot verkrijging van volledige autonomie op den voet van „dominion status onder Indonesische leiding. Deze groep kwam echter in botsing zoowel met „coöperatieven als „non- coöperatieven In 1930 werd de Indonesische Studieclub te Soerabaja (Soetomo) omgezet in de Persatoean Bangsa Indonesia” (P.B.I.), strevende naar het heil van volk en vaderland, op grondslag van de nationaliteit. Coöperatie werd toelaatbaar geacht, maar zou om bepaalde redenen opgeheven kunnen worden. Ten...”
9

“...te beschermen. Zij beoogde dat Nederland en het Gemeenebest blijvende banden zouden onderhouden, n.1. banden van cultureelen, politieleen en economischen aard. Na het bereiken van de onafhankelijkheid zou de politieke verhouding van Ned.-Indië tot Nederland op vrije overeenstemming van beide zijden moeten berusten De samenstelling van den Volksraad deed een versterkten oppositie-geest verwach- ten, die ook niet uitbleef en trouwens verklaarbaar was uit de ongunstige financieele positie des lands. De depressie (1929—1934) drukte de openbare activi- teit. Men critiseerde de waarde der vertegenwoordigende instellingen. Na de boven vermelde oprichting van de PJ. (Partindo) vormden zich in 1931 op verschillende plaatsen van Java „onafhankelijke groepen” (Golongan Merdeka), welke in 1932 kwamen tot stichting van een nieuwe vereeniging, de Pendidikan Nasional Indonesia (P.N.I.), d.w.z. de Nationale Indonesische Scholing. Haar doel was: de vorming en leiding van haar leden in het...”
10

“...In de nationalistische beweging werd echter een inzinking merkbaar, eensdeels gevolg van de regeeringsmaatregelen, anderdeels van de economische moeilijkheden. Toch bleef de nationalistische strooming overheerschen. Tijdelijk constateerde men sympathieën voor Japan, die later als gevolg van den aanval op China weer ver- flauwden. § 13. Periode vóór den oorlog. Zesde en zevende Volksraad De zesde Volksraad (1935—1939) verschilde weer niet belangrijk van zijn voor- ganger. Door verkiezing resp. benoeming kregen tevoren niet vertegenwoordigde groepen — de Vereeniging van gediplomeerde ambtenaren bij den Inlandschen bestuursdienst (V.A.I.B., 1928), de Jong Islamietenbond (1925) en de Partij Tiönghwa Indonesia — elk een afgevaardigde. De Chung Hwa Hui was vertegen- woordigd door 1 gekozen en 1 benoemd lid. De Inheemsche „Nationalistische Fractie” omvatte 10 leden, tot 4 groepen behoorende. Bij de verkiezing voor het College van Gedelegeerden kwamen van de Nationa- listische...”
11

“...In 1036 dienden Soetardjo c.s. bij den Volksraad een petitie-voorstel in, behelzende het verzoek aan de Kroon om een conferentie bijeen te roepen van vertegenwoor- digers van Nederland en Ned.-Indië, die op voet van gelijkheid een plan zouden hebben op te stellen, teneinde door geleidelijke hervorming binnen io jaren voor Ned.-Indië zelfstandigheid te verkrijgen binnen de grenzen van art. i der Grond- wet; dit voorstel werd door den raad aangenomen, door de Kroon afgewezen (1938). Achter de petitie hadden zich — na de aanneming in den Volksraad — geschaard de volgende vereenigingen: Pasoendan, Persatoean Arab Indonesia, Perga- rakan Penjadar, Perkoempoelan Politiek Indonesia, Persatoean Minahasa, Perhim- poenan Peladjar2 Indonesia; tegen haar verklaarden zich P.S.I.I., Parindra, . . - en Gerindo, op grond dat het verzoek niet strookte met de doelstelling der vereem- fn f938 werd door de hoofdbesturen van P.S.I.I., Parindra, Gerindo en Pasoendan een federatief lichaam...”