| 1 |
 |
“...HOOFDSTUK VII
SURINAME EN CURASAO >)
§ i. Verhouding Suriname en Curasao tot "Nederland naar
geldend recht
Overzicht. De staatkundige verhouding van Suriname en Curasao tot het
Moederland wordt beheerscht door de vrijwel gelijkluidende
staatsregelingen van 1936, welke ingevolge de Grondwetsher-
ziening 1922 tot stand kwamen ter vervanging van het Regee-
ringsreglement van 1865. In vele opzichten het evenbeeld van
de Indische Staatsregeling wijken zij niettemin op eenige punten
belangrijk af (Volksvertegenwoordiging, toezicht van Staten-
Generaal op begrooting en financieel beleid, bevoegdheid Kroon
ten aanzien van de inwendige aangelegenheden van Suriname en
Curasao).
Charter van 1682.
Vanaf het vestigen van hef Charter van 1682, hetwelk de poli-
tieke voorwaarden behelsde van het aan de West-Indische Com-
pagnie verleende octrooi, zijn deze Amerikaansche bezittingen
anders behandeld dan de Aziatische. Dit vond zijn weerslag in
de aanwezigheid reeds in het Charter...”
|
|
| 2 |
 |
“...
bevestigen mij daarin, dat het Rijk na den oorlog zal kunnen worden opge-
bouwd op den hechten grondslag van volledige deelgenootschap, die de vol-
tooiing zal beteekenen van hetgeen.zich in het verleden reeds heeft ontwikkeld.
Ik weet, dat geen politieke eenheid en verbondenheid op den duur kunnen
blijven bestaan, die niet gedragen worden door de vrijwillige aanvaarding en
de trouw van de overgroote meerderheid der burgerij.
Ik weet, dat Nederland dieper dan ooit zijn verantwoordelijkheid gevoelt
voor den krachtigen groei der overzeesche gewesten, en dat de Indonesiërs in
de langzaam gegroeide samenwerking den besten waarborg vinden voor het
herstel van hun vrede en geluk.
De laatste jaren hebben getoond, dat in beide volken de wil en het vermogen
tot harmonisch en vrijwillig samengaan aanwezig zijn.
Een 'op dien grondslag gevestigde rijkseenheid stuurt aan op de verwezen-
lijking van bet doel waarvoor de Vereenigde Naties strijden, zooals dit onder
meer in het Atlantic Charter...”
|
|
| 3 |
 |
“...$ 2. Biz.
Toekenning grootere zelfstandigheid aan de geheele samenleving...............50
Indisch burgerschap ............1..............50
Begrip zelfstandigheid 50
Rijksburgerschap ... . . ... . . . . ; . ... . . ... 52
§ 3-
Toekenning grootere zelfstandigheid aan Indonesiërs . . . . . . . . 52
Indonesisch burgerschap . . ... . .......................' . 52
1 _4>
Positie minderheidsgroepen . . .......................... . ...... 52
Zetelverdeeling; splitsing van kiezerscorpsen................................53
Zetelverdeeling alleen voldoende ............................................54
Minderhedenstatuut; bijzonder kiesstelsel met oneigenlijke zetelverdeeling 54
Reserveering van plaatsen in ambtenarencorps . . .................. 55
HOOFDSTUK VII. u
Suriname en Curasao.
§ 1. Verhouding Suriname en Curasao tot Nederland naar geldend recht.
Overzicht ...................................”...........................56
Charter van 1682...”
|
|