| 1 |
 |
“...502
LOODSWEZEN.
Art. 10.
De Loodfen en Bakeumeesters zullen verpligt zijn, den loop
der rivier, in het hun aanvertrouwde vak, geftadig en naauw-'
keurig gade te (laan, de ondiepten telken dag te peilen en door
goedé zigcbare bakens aan te wijzen; zoodra er houtvlotten af-
komen , of fehepen op- en afvaren, zich aan boord van dezel-
ve te begeven, den Schippers, Conducteurs of Stuurlieden de
gevaarlijke en jlage plaatfen of verloopene watermerken aan te
wijzen en hun tot Loods verftrekken; zij zullen niet verder
mogen loodfen dan het hun aangewezen riviervak, en de plaat-
fen, alwaar ieder Loods aan boord moet komen, zoo mede
waar hij het vaartuig weder kan Verlaten, zullen op de kanto-
ren van Rijnvaart bepaald, en aldaar ter kennisfe van den be-
langhebbende worden gebragt; zij zullen voorts, in functie
zijnde, deeds hunne aandellingen en het Reglement bij zich
hebben, en op verlangen van den Schipper en anderen vertoo*
nen; wordende hen mitsdien aanbevolen, om de...”
|
|