| 1 |
 |
“... Koningrijk aan te. brengen , ingevolge
art. 20 der Wet van den I2den Maart 1818, op de p beha! it ei-
ten daarbij bepaald, zullen zij denzelven ook nergens anders
mogen inbrengen én uit- of oplosfen, dan binnen deze Provin-
cie, op plaatfen, alwaar die gekeurd en gebrand kan worden,
Art. 4g.
Alvorens te losfen, zullen de Stuurlieden, telken reize bij
hunne aankomst, bij eenen daartoe door het Collegie voor de
gróotè visfcherij gemagtigden perfoon, naauwkeurig en op den
eenmaal afgelegden eed, aatigifte moeten doen van al hunnen
gevangen en aangebragten haring, en zutks over de hoeveelheid
van iedere foort afzonderlijk, met opgave van dén ouderdom
van den»kléinzoutharing; zij zullen daarvan een bewijs beko-
men, 'met vertooning van hetwelk zij terflond, bij den be-
voegden Ontvanger, het bepaalde lastgeld moeten betalen, en
het bewijs vervolgens aan den Keurmeester afgeven, om hem te
dienen bij de hiernavolgende keuring....”
|
|