| 1 |
 |
“...REGT van PATENT.
i83
350 tot beneden de 475 vaten, nde klasfe.
27° » » 99 350 99 12de 99
200 < » »> 99 270 99 13de 99
“O » » 99 200 99 14de 99
Beneden 99 120 99 15de 99
De branders of ftokers zullen geen afzonderlijk regt verfchul-
digd zijn wegens het (token van jenever uit den door hen ver-
vaardigden moutwijn of brandewijn.
Als boven, wegens de koren- , gort- , grut- , pel- en
boekweitmolens. (Tabel n°. 3.)
Art. 6. Het patentregt, door de koren-, gort-, grut- en
pelmolenaars te voldoen, zal worden berekend op 3 ten hon-
derd , en dat van de boekweitengrutten- ën boebveitenmeelmole-
ttaars op 6 ten honderd van de onzuivere huurwaarde dier mo-
lens en der daarbij behoorende gebouwen, benevens van die
der perfoonlijke woning des molenaars, zonder nogtans immer
te mogen dalen beneden vijf gulden.
Regten, door de kramers en vreemde kooplieden te voldoen.
Art, 7. Het patentregt, door kramers en vreemde kooplie-
den te voldoen, zal worden geregeld overeenkomftig de...”
|
|
| 2 |
 |
“... vërzamelingskuipen en derzelver
1 ’ beftemming, hetzij Als béllAgküip. hetzij als overbrenger.
po. Het getal en grootte der onderfcheidene ruwketels, mits-
gaders derzelver beftemming , hetzij om te ruwftokén ,
hetzij om te disteleren.
ïo°. Het getal en grootte der bakken, kuipen of grondbak-
ken, tot berging der brandewijnen gefchiki; of beftemd.
11°. De foort van brandewijn, welke de aangevers voorne-
mens zijn te (token; en eindelijk ,, „
12°. Welke foort van hoofd- of grondftoffen zijlieden hiertoe
zullen bezigen.
De ambtenaren zullen een fchriftelijk bewijs van het inleVe*
ren der aangifte afgeven....”
|
|