| 1 |
 |
“... hetzelve
even goed één jaar later gefield kunnen worden, doch ook
altijd gezamenlijk, om de orde niet uit het oog te verliezen.
(O dil art. 8 en 14, in verhand met art. 30, was de bedenking:
(laan de contracten, door beduren van godshuizen en andere
inrigtingen, onmiddellijk met de Maatfchappij van Weldadig-
heid aangegaan, onder de bepalingen van het onderwerpelijk
befluit? de opheldering: uit den aard der zaak fpreckr bet
genoeg, dat het vraagpunt een ontkennend antwoord vordert....”
|
|