| 1 |
 |
“... te reiken, nadat zijne proeven van kunstvermogen
als voldoende zullen erkend zijn.
Art. 4. De (ledelijke regeringen zullen de zorg en het toe-
zigt over dit onderwijs op zich nemen, en uitgenoodigd wor-
den , om hetzelve aan te moedigen; ten welken einde zij van
wege het Gouvernement zullen in (laat gedeld worden, om
jaarlijks aan den meestgevorderden leerling op hunne teeken-
fchool een’ prijs uit te deelen, beilaande in eene zilveren me-
daille en een getuigfchrift.
Teelen-alademien.
Art. 5. In de grootere (leden des Rijks zal dit onderwijs
eenigzins uitgebreid worden, voor zoo verre zulks aldaar nog
geen plaats heeft, en zich uitftrekken tot het teekenen naar
het naakt levend model, of naar de in pleister afgegotene beel-
den der antieken, tot het vollediger onderwijs in de bouwkun-
de , gelijk ook in de gronden der meet- en doorzigtkunde.
Art. 6. In de (leden, alwaar reeds ihrigtingen beftaan, of,
ten gevolge van het vorige artikel, zullen worden opgerigt tot
het...”
|
|
| 2 |
 |
“... getuigfchrift.
Art. si. De beoefenaars in de eerfte, tweede, derde en
vijfde klasfe zijn alleen verpligt, de teeken-uren naar het naakt
model of pleister, wanneer die plaats hebben, alsmede de les-
fen in de doorzigtkunde bij te wonen, en moeten zij daarvan
voldoende bewijzen kunnen toonen, om naar de prijzen te kun-
nen mededingen.
Art. 2i. Er zal éénmaal in het-jaar eene openbare algemee-
ne vergadering zijn, waarvan het voorzitterfchap zal waargeno-
men worden door den reeds genoemden Burgemeester der ftad...”
|
|
| 3 |
 |
“... vroegtijdig en met gemak aan de pro-
portie der lijnen en hoeken te gewennen, toegepast op
eenvoudige figuren, ornamenten enz.
2de Onderdeeling. Het teekenen naar goede voorbeelden van
gedeelten des menfchelijken ligchaams, vervolgens hoof-
den , handen, voeten enz., zullende voornamelijk daartoe
genomen worden voorbeelden, geteekend naar de antie-
ken, om de beoefenaars vroegtijdig aan fchoone vormen
te gewennen.
ifte Onderdeeling. Teekenen naar geteekende akademie-beel-
den.
Tweede liasje.
Teekenen naar het pleister; beginnende met enkele deelen,
als handen, voeten, hoofden enz., en opklimmende tot
geheele ftandbeelden.
De leerlingen in deze en in de derde klasfe moeten de lesfen
van den zesden directeur in de doorzigtkunde bijwonen, en/,ij,...”
|
|