| 1 |
 |
“... oordeelen te maken, moeten, alvorens haar boijag.te
hebben-,, aan. de goedkepring rygn; den Koning ;worden onder-
worpen.. : 5v nsbsJ r,!. fHorf ob neb rasta bi-.iiVibiocv/
Art, 147* /Jijzorgen dgt-de doorvoer door, de uitvoer naar,
of de invoer uit eenige andere Provinciën geene belemmering
ondergaan, ,ypor- zo.o , y»erre - bij de-, algemeene wetten dienaan-
gaande geene bijZQndere.woorzieningen mogten zijn gemaakt.
Art;., 1^9,tigclyen ;aHe -verfchillen- tusfehen plaatfelijkp
beduren in der minne bij te leggen. Indien zij daarin niet
kunnen dagen ,• dragen zij • het 'geval ter beflisfing voor aan den
Koning (2).
Art. 149.' De Koning''hééft het Vermogen ^dè'beduiten der
Statep,, , die., niet de ajgemeene wetten of het algemeen belang
fifijdig mogten zijn, te fchorfen en' buiten effect te’ dellen.
uitgave van elke provincie, enz. De belastingen zfn daardoor niet verme-
nigvuldigd, en er is tevens eene provinciale kas ontdaan, niet alleen om de
Beiléfade'-'uitgave daaT Uit te...”
|
|