Your search within this document for 'waterpas' resulted in one matching pages.
1

“...fnede hij het ruwste van het hout af- schaaft. Een boor, is èen werk* tuig waarmede hij een gat boort , om er een’ spijker óf pen (pin) met den hamer in te slaan, De zaag dient om bal- ken , latten , plan. ken enz. te zagen, De passer gebruikt hij om iets juist af te passen. Met behulp ran het schietlood , ziet bij of alles juist regt t in het lood ) staat. Met het waterpas on_ derzoekt hij, of iets aoo gelijk gerigt is, als de oppervlakte van een ’ waterplas. Wanneer de timmer- man zijn hout gelijk gehouwen , of glad geschaaft heeft, dan brengt hij zijn werk in den haak met den winkelhaak. e.el la kita di Pias bt oetoe di palos. Oen boor, la oen her- ment koe kwal eel la bora oen boera• koe, pa bati oen kloboe o pennetje hoe martien adeen. Zaag la sierbi pa korta balki, lala i nier koos mas. Passer eel la oesa pa pas oen koos dreetsji. Koejoedama di schiet lood, eel ta mira sa loer koos ta para hoe sloe na tsjeem• boe. Koe waterpas...”