| 1 |
 |
“....
Bladen hartvormig...........................................800
800 Groote bladen meer dan 10 cM. lang gesteeld
Ipomoea tiliacea 332.
Bladen minder dan 10 cM. lang gesteeld......................801
801 Kelkbladen veel meer dan 0,4 cM. breed . Ipomoea tuba 333.
Kelkbladen veel minder dan 0,4 cM. breed ...... 802
802 Bladen met zeer diep hartvormigen voet met ronde lobben
Ipomoea tricolor 333.
Bladen niet met ronde lobben .... Ipomoea incarnata 331.
803 Ochrea aanwezig .......................Coccoloba nivea 173.
Geen ochrea aanwezig....................................... 804
804 Bladen wortelstandig, of zoo aan den stengel verspreid,
dan een kruidachtige plant met lang gesteelde bloei-
wijze met bloemen, die een onderstandig vruchtbeginsel
hebben en een bloemstengel, die voorzien is van groote,
vliezige schubben (aardorchideeën).......................805
Planten anders gevormd,.................................. 810
805 Bloemen 0,4 cM. lang, op 1 cM. lange bloemstelen...”
|
|
| 2 |
 |
“...
. Peperomia urocarpa 164.
*7, $Z tdEf d™rmi«! .....................Peperomia petwlari» 163.
877 B »d,M gevlmedd, ..........................tkmm alata «8.
Bladsteel ongevleugeld........................ g7g
878 Bladen veel meer dan 15 cM. lang . . . ’ ’ ' ’ g7g
Bladen veel minder dan 15 cM. lang ..........8sn
879 14«.
Schutblad °m de bloeikolf gesloten Philodendron giaanleum 140.
880 Behalve de gave bladen komen er ook enkele gelobde
Diaden voor , 7^ ,
~ - . , . ; .........................Ipomoea tuba 333.
ueen gelobde bladen aanwezig............... goi
881 Bladen toegespitst.............Philodendron oxgcardium 140.
889 j6n 8 °mp ■ ' .....................Aristolochia odoratissima 171.
882 Bladen met gaafrandig......................... gg'
Bladen gaafrandig....................... ...............Rq„
883 Bladen gekarteld........................
Bladen getand........................... ....
884 Bladen tegenoverstaand .... .Rhacoma crossopétcdum 260.
Bladen niet tegenoverstaand...”
|
|
| 3 |
 |
“... ............................................. 2
Bladen gelobd of dieper ingesneden.........................10
2 Bladen zachtviltig behaard.................Ipomoea carnea 331
Bladen kaal of alleen aan den onderkant, maar nooit dicht-
viltig, behaard ........................................... 3
3 Bladen met hartvormigen voet................................ 4
Bladen niet met hartvormigen voet......................... . 9
4 Stengels en bladstelen voorzien van stekelachtige wratten
Ipomoea muricata 331
Stengels en bladstelen zonder stekelachtige wratten ... 5
5 Bladen leerachtig . . . . ...................Ipomoea tuba 333
Bladen niet leerachtig. ................................... 6
6 Bladen veel minder dan 10 cM. lang gesteeld................. 7
Bladen tot meer dan 10 cM. lang gesteeld Ipomoea tiliacea 332
7 Kelk tot 0,5 cM. lang. .................Ipomoea tricolor 333
Kelk tot meer dan 1,5 cM. lang............................. 8
8 Kelkbladen voorzien van drie of meer duidelijk uitspringende
nerven...”
|
|
| 4 |
 |
“...330
CONVOLVULACËAË.
10 Behalve, de gelobde bladen komen er veel gave, hartvormige
bladen voor . . .......... Ipomoea tuba 333
Alleen gelobde of ingesneden bladen aanwezig............11
11 Bladen met 0,1-0,2 cM. breede slippen . Ipomoea arenaria 330
Bladen met meer dan 0,5 cM. breede slippen ...... 12
12 Bladen tot aan den voet gedeeld of samengesteld
Ipomoea heptaphylla ooi
Bladen niet tot aan den voet gedeeld of samengesteld . . 13
13 Kelkbladen lijnvormig, tot 2,5 cM- lang . . . Ipomoea ml 332
Kelkbladen niet lijnvormig, minder dan 2 cM. lang. . . . H
14 Bloemkroon 1,5 cM. lang..................................
Bloemkroon meer dan 3 cM. lang..........................15
15 Kelkbladen leerachtig .....................Ipomoea batatas 330
Kelkbladen niet leerachtig...........Ipomoea acuminata 330
16 Kelkbladen minder dan 1 cM. lang .... Ipomoea triloba 333
Kelkbladen iets meer dan 1 cM. lang. Ipomoea commutata 331
Ipomoea acuminata R. A. Sch.
De drielobbige, zacht...”
|
|
| 5 |
 |
“...IPOMOEA — STICTOCARDIA.
333
Ipomoea tricolor Cav., Syn. Ipomoea viólacea L.
De bladen, voorzien van een zeer diep hartvormigen voet en scherp
toegespitsten top, zijn 6—7 cM. lang en 4 — 5 cM. breed; de bloemen
zijn 2,5 cM. lang gesteeld en hebben een 0,5 cM. langen kelk
en een 8 cM. lange, trechtervormige bloemkroon.
Saba.
Ipomoea triloba L.
De diep drielobbige bladen, met breede zijlobben, hartvormigen voet
en spits toeloopende eindlob, zijn 3 — 4 cM. lang en breed; de
bloemen staan in vier- of meerbloemige, 3—6 cM. lang gesteelde,
schermvormige bloeiwijzen en hebben een behaarden, 0,7 cM. langen
kelk en een 1,5 cM. lange bloemkroon.
CüRAgAO.
Ipomoea tuba Don., Syn. Calonyction tuba Colla.
De hartvormige, eenigszins lederachtige bladen, met min of meer
duidelijke, spitse zijlobben en diep hartvormigen voet, zijn 6 — 7
cM. lang en 4—6 cM. breed; de alleenstaande, kortgesteelde
bloemen hebben meer dan 1 cM. breede, leerachtige kelkbladen.
St. Eustatius.
Curasao...”
|
|
| 6 |
 |
“...REGISTER. 429
c. Bladzijden. Caricaceae Carica Papaya Bladzijden. . . 80, 294. . . 55, 294.
Cactaceae . 77, 295. Carludovica palmata . . . . 8, 139.
Caesalpinia ciliata . 13, 213. Caryophyllnceae . . 80, 190.
Caesalpinia coriaria . 24, 214. Casearia bonairensis.... . 62, 290.
Caesalpinia crista , 13, 214. Casearia decandra .... . 58, 290.
Caesalpinia pulcherrima . . . . 24, 214. Casearia parvifolia. . . . 290.
Cajanus indicus • 17, 225. Casearia sylvestris .... . 70, 290.
Cakile lanceolata . 59, 194. Casha 206.
Calabash 364. Cashew 257.
Calaloe 178. Cassave 252.
Callisia repens . 39, 146. Cassave die moondi . . . 251.
Oalonyction tuba 333. Cassia Absus . 20, 210.
Calotropis procera . 25, 323. Cassia alata . 22, 210.
Calyptranthes Boldinghii . . . 65, 306. Cassia bicapsularis .... . 20, 210.
Campesji 212. Cassia fistula . 22, 210.
Canavalia obtusifolia .... . 19, 225. Cassia glandulosa . . 22, 210.
Canckerberry 357. Cassia nictitans...”
|
|
| 7 |
 |
“...436
REGISTER.
Bladzijden.
Ipomoea muricata.................13, 331.
Ipomosa nil..................... 38, 332.
Ipomoea pentaphylla................. 328.
Ipomoea pes caprae............ 71, 332.
Ipomoea sphenophylla............ 67, 332.
Ipomoea tiliacea ............... 56, 332.
Ipomoea tricolor ....... 56, 333.
Ipomoea triloba................. 38, 333.
Ipomoea tuba ...... 56, 61, 333.
Ipomoea, violacea. ...... 33..
I resine elatior................ 54, 180.
Iresine paniculata.............. 54, 180.
Iridaceae...................... 79, 152.
Iron berry.......................... 265.
Isachne arundinacea..............30, 118.
Tsachne rigens...................30, 118.
Tsocarpha oppositifolia......... 41, 395.
Ixora coccinea................. . 66, 377.
Ixora Jucunda................... 66, 377.
J.
jaaga.............................. 204.
Jaatoe . ........................... 296.
Jacquemontia cumanensis . . . 40, 327.
Jacquemontia evolvuloides . . . 40, 328...”
|
|