Your search within this document for 'gris' resulted in 22 matching pages.
 
1

“... Boomvaren........................ • • • • <***» Laag vorentje met roodachtlgtamne mcgris mlorndano9 Blaadjes aan den achterkant niet bepoederd M Bladrand duidelijk gewimperd of blad aan den achterkant zeer duidelijk behaard ..............................’ Bladen kaal................................................”
2

“...108 LYCOPODIACEAÊ — SEEAGINELI.ACEAË. Lycopodium taxifolium Sw. Kruipende of hangende plant, waarvan de geheele stengel dicht bezet is door lijnvormige, zittende bladen, die in een punt eindigen en 1,5 cM. lang en 0,3 cM. breed zijn; de sporangiën zijn 0,2 cM. breed. St. Eüstatius, Saba. Lycopodium verticillatum L. Kruipende of hangende plant met stengels, die geheel bezet zp met zeer dicht opeengeplaatste, draadvormige bladen, die tot 0,5 cM. lang zijn; de stengels hebben met de bladen een dikte van 0,3 cM.; de sporangiën zijn 0,1 cM. breed. Saba. Fam, XIV. Psilotaceae. 1. Fsilotum Sw. Psilotum triquetrum Sw., Syn. Psilotum nudum Gris. Plant geheel bestaande uit een langen, min of meer driekantigen stengel, die in het bovenste gedeelte zeer sterk dichotoom vertakt is en in de eindvertakkingen plat en eenigszins gevleugeld en daar veelal 0,1 cM. breed is; aan de laatste vertakkingen zijn driedeelige sporangiën geplaatst van 0,2 cM. middellijn; de geheele plant...”
3

“... meeldraad, hebben geen bloem- bekleedselen en staan in de bladoksels. Curaqao. Fam. 15. Alïsmaceae. 75. Echinodorus Engelm. Echinodorus cordifolius Gris. Waterplant met langgesteelde, boven het water uitstekende, dikker hartvormige bladen, die 10 — 15 cM. lang en breed zijn; de bloemen zijn geplaatst in een zeer samengestelde, rijkbloemige, trosvormige bloeiwijze, die ver boven het water uitsteekt en hebben 3 kelk- achtige en 3 bloemkroonachtige bloemdekbladen, twaalf of meer meeldraden en een groot aantal éénhokkige vruchtbeginsels met één zaadknop; de vruchtbeginsels zijn op een kegelvormigen bloem- bodem ingeplant en bovenstandig. Curaqao. Fam. 17. Hydrocharitaceae. Ondergedoken waterplanten met meer dan 0,4 cM. breede bladen; de éénsiachtige bloemen hebben een enkelvoudig bioemdek....”
4

“... arundinacea Gris. De bladen zgn in de onderste helft tot 2,5 cM. breed; de bloeiwgze is een zeer samengestelde pluim met aartjes van 0,1 cM. lengte, geplaatst op haardunne steeltjes. Saba. Isachne rigens Trin. Kruipend gras met zeer dicht opeengedrongen, eenigszins sikkel- vormig omgebogen bladen, die 1,5—3 cM. lang zijn, een zeer stevige middennerf en stevigen rand hebben, 0,2 cM. breed zgn en in een stekelpunt eindigen; de bloeiwjjze is een3-4cM.lange pluim met een klein aantal zijtakken; de aartjes zgn 0,2 0,3 cM. lang gesteeld. - Saba. 166. Pauicum L. De aartjes zgn geplaatst in pluimen; er zijn 3 kelkkafjes aanwezig, waarvan het onderste dikwijls zéér klein is; de onderste twee kelkkafjes hebben geen naald; de kroonkafjes zijn zeer hard; de aartjes vallen in hun geheel af....”
5

“...GRAMIN3JAE. 122 Panicum stenodes Gris. De lange dunne bloeiwijzen vormen een pluim met slechts één schijnaar op eiken tand der hoofdspil; er zijn niet meer dan 3-5 schijnaren; bij de aartjes is dikwijls een lange, bruine borstel; de . bladen zijn tot 0,2 cM. breed. Curaqao, Bonaire. Panicum velutinosum Nees. De aartjes zijn geplaatst in een rijk vertakte, pluimvormige bloei- wijze, die uit schijnaren bestaat, welke in drie- of meertallige kransen geplaatst zijn; de aartjes zijn zittend; de bladen zijn 5 — 25 cM. lang; de kleur van de bloei wijze is geel-of zwartachtig of rood aangeloopen; tusschen de aartjes bevinden zich min of meer duidelijke, borstelvormige haren. Curaqao, Aruba, Bonaire: Maisji totaliéka. 167. Ichnanthus Beauv. Ichnanthus pallens Munro. Klimmende plant met bladen met duidelijk scheeven voet. De bladen zijn in de onderste helft breeder dan aan den top, 6-9 cM. lang pn 1—15 cM. breed; de bladen hebben een spits toeloopenden top en dè evenwijdig...”
6

“... aristidoides 124 Bouteloua aristidoides Gris. De bladen zijn 0,1 cM. breed; de bloeiwijze is naar één zijde gekeerd en bestaat uit tien of meer aartjes, die 0,1 cM. breed en tot 1,5 cM. lang zijn; de aartjes zijn geplaatst op dicbtviltige steeltjes van 0,2 cM. lengte. Aruba. Bouteloua Humboldtiana Gris. De bladen zijn 0,1-0,2 cM. breed; de bloeiwijze is naar één zijde gekeerd en bestaat uit 3 — 5 aartjes, die 0,5 cM. breed en 1,5 cM. lang zijn; de aartjes zijn minder dan 0,1 cM. lang gesteeld. Curasao, Aruba. 208. Aristida L. Aristida Swartziana Steud. De bloeiwijze vormt een tot meer dan 20 cM. lange, samengetrokken pluim en bestaat uit aartjes, die voorzien zijn van driedeelige, tot 4 cM. lange naalden; de bladen zijn opgerold. St. Eustatius, Saba, St. Martin: Mulegrass. Curaqao, Aruba, Bonaire....”
7

“...ERAGROSTIS — FESTUCA. 129 365. Uniola L. Vniola virgata Gris. Vr*j hoog opgroeiende plant met tot 50 cM. lange en 0,5cM.breede bladen die opgerold z«n; de bloeiwijze is een tot 50 cM. lange pluim bestaande uit 3 cM. lange schijnaren van 0,5 cM. lange aartjes, kafjes ®Plts toelooPen; de aartjes zijn naar e'én kant gericht en zijn tweebloemig. Saba. 385. Festuca L. Festuca lllyurus L. De bloeiwijze is een niet rijk vertakte pluim; de aartjes zijn voor- zie° ,s^evi§e. kafnaalden, die nooit boven de kafjes in drieën verdeeld zijn; er is meer dan één bloempje in de aartjes. St. Eüstatius. Fam. 20. Gyperaceae. Kruidachtige planten met lijnvormige bladen, gesloten bladscheede en driekantigen stengel, öf zonder bladen en met ronde stengels- bioemen zonder bloembekleedselen of met borstels, één- of twee- slachtig; meeldraden 1-3, vruchtbeginsel bovenstandig, één hokkig met een zaadknop, stijl enkelvoudig of twee- tot driespletig- een gootje; bloemen in aartjes, die op...”
8

“.... Wolffia Hork et Schleid. Wolffia punetata Gris. De eenigszins gerekt-kogelvormige stengeltjes zijn 0,05-0,08 cM. lang en 0,03 — 0,05 cM. breed en hebben geen worteltje. Curapao. Fam. 32. Bromeliaceae. De bladen zijn veelal in een wortelrozet geplaatst; soms bestaat de geheele plant uit behaarde blaadjes en stengels en hangt aan boomen; de bloemen staan in kopjesvormige of trosvormige bloei- wijzen, zijn tweeslachtig en hebben 6 blóemdekbladen, waarvan de binnenste en buitenste krans verschillend van kleur kan zijn; er zijn 6 meeldraden en een boven- ofonderstandig vruchtbeginsel; de vrucht is eén bes of een doosvrucht. 1 Bladen en stengels dun-draadvormig; plant geheel bedekt door schubben, aan boomtakken hangend. . . 890. Tillandsia 143 Bladen en stengels niet dun-draadvormig................. 2 2 Bladen en stengels dicht bedekt door schubben, maar de bloei- wijze is duidelijk eindstandig.......... 890. Tillandsia 143 Bladen en stengels niet door schubben bedekt ...... 3...”
9

“...1U BROMEEIACEAE--- COMMELINACEAE. Tillaudsia excelsa Gris. De bladen staan in een wortelrozet en zijn geheel vlak, zonder scherpe punten of stekels; de bloeiwijze is zeer dicht en sterk vertakt, met houtige hoofdas; aan de hoofdas komen groote schutbladen voor. Saba. Tillaudsia fasciculata Sw. De bladen hebben sterk naar binnen gekrulde randen; de hoogere bladen van de stengels en de schutbladen eindigen in een zeer spits toeloopende punt; de bloemen staan in samengedrukte aren, die tegen de hoofdas aangedrukt zijn. Saba, St. Martin. Curasao. Tillaudsia recnrvata L. De bladen staan langs een langen stengel, vormen soms nog kleine rozetten en zijn geheel bedekt met grijze schubben; de bloemen zijn geplaatst aan het eind van tot 15 cM. lange stengels in korte, gedrongen, aarvormige bloeiwijzen. St. Eüstattus, Saba, St. Martin : Oldman’s beard. Curacao, Bonaire : Barba die kadoesji, Marie die paaloe. Tillaudsia usneoides L. De geheele plant bestaat uit grijze, door...”
10

“...TILLANDSIA — TRADESCANTIA. 145 892. Catopsis Gris. Catopsis nutans Gris. De bladen zijn in een zeer groot aantal in een wortelrozet geplaatst, loopen uit in een lange punt en zijn aan den voet zeer verbreed • de bloeiwyze is een tros en bestaat uit een aantal aren met tot 0,7 cM. lange bloemen, die zittend zyn; de hoofdas van de bloei- wyze is tot aan het vertakte gedeelte 25 of meer cM. lang. St. Eustatius, Saba, St. Mabtin. Fam. 33. Commelinaceae. Kruidachtige planten, waarvan de bladen soms in een wortelrozet ^n, ^plaatst, maar meestal verspreid zijn en voorzien van een duidelijke bladscheede; het bloemdek is gescheiden in kelk- en bloemkroonachtig deel; er zijn 1-6 meeldraden, waarvan een aantal tot stammodiën vervormd kunnen zijn; het bovenstandige vruchtbeginsel is twee- of driehokkig met een zeer verschillend aantal zaadknopjes. 1 Minder dan 3 volkomen meeldraden........................ 2 Meer dan 3 volkomen meeldraden........................ 3 2 Meeldraden...”
11

“... ............................. 1984. Püea 169 7 Bladen met 3 gelijkwaardige hoofdnerven 1990. Boehmeria 170 Bladen met 3 hoofdnerven, waarvan de buitenste twee geljjk- waardig zijn met de zijnerven van de middelste hoofdnerf 1978. Urera 168 1978. TJrera Gaudich. Urera caracasana Gris. Heester of boom met zeer groote, tot 40 cM. lange, eivormige bladen met 3 hoofdnerven, waarvan de buitenste twee gelijk- waardig zijn aan de zijnerven der middelste hoofdnerf, de bladen zijn zeer grof gezaagd; de bloemen staan in kluwenachtige bloei- wijzen langs de stengels en zijn viertallig. St. Eostatius, Saba. 1982. Fleurya Gaudich. Fleurya aestuans Gaudich. Kruid met eivormige, zeer grof gezaagde bladen, die 6—8 cM. lang zijn • de bloemen staan in sterk vertakte, ijle, trosvormige bloei- wjjzen, die boven de bladen uitsteken en zijn viertallig; de plant heeft brandharen. St. Eustatiüs, Saba, St. Martin: Stinging nettle....”
12

“... hebben een drie- tot vijfdeelig, de vrouwelijke bloemen een buisvormig bloemdek. St. Eustatius, Saba. 2009. Rousselia Gaudich. Rousselia humilis Urb. Kruid met eivormige, tot 2 cM. lange bladen met 3 hoofdnerven; de bladen zijn aan den bovenkant voorzien van lange haren en de blad voet is een weinig afloopend; de bladsteel is meestal langer dan de blad schijf; de bloemen staan in verkorte bloeiwijzen in de oksels der bladen; de mannelijke bloemen hebben een vierdeelig, de vrouwelijke een buisvormig bloemdek. Saba. Fam. 67. Loranthaceae. 2089. Phoradendron Nutt. Phoradendron trinervium Gris. Half-parasiet met tegenoverstaande, langwerpige, naar den voet versmalde bladen, die dik-lederachtig zijn en 2 —5 hoofdnerven bezitten; de zeer kortgesteelde bladen zijn tot 5,5 cM. lang; de éénsiachtige bloemen hebben een drietallig bloemdek en 3 meel-...”
13

“.... Curasao, Aruba, Bonaire: Awakaati; gekweekt. 2785. Phoebe Nees. Phoebe elongata Nees. Dei«a!ÏÏSS,elende’,-1^C^t^rmige’ dikke’ leerachtige bladen zijn tot 18 cM. lang, dicht bij den bladvoet ontspringen uit de hoofdnerf zijnerven, che zeer duidelijk aan den onderkant zichtbaar znn; de bioemen hebben behalve meeldraden staminodiën, die aan den top de vr^ch^steel is kegelvormig verdikt en de bloem- dekbladen blijven onder de vrucht, die bes vormig en tot 1,8 cM. lang is St. Eüstatiüs. 2790. Nectandra Roland. De binnenste krans meeldraden is zeer gereduceerd en van klieren hokjes van een meeldraad op gelijke hoogte alle voorzien geplaatst. 1 Buitenste krans meeldraden zittend; buis van de bloem- " kroon kort; bladsteel tot 2,5 cM. lang Nectandra Krugii Buitenste krans meeldraden gesteeld; buis van de bloem- kroon afwezig; bladsteel tot 1,5 cM. lang Nectandra coriacea Nectrandra coriacea Gris. ^eluSh^S; IT1! cM-.lan|e en 2-6 cM. breede bladen zyn draden ** ancetV0rmig: de...”
14

“...252 Kuphorbiacëae. Manihot ntllissima Poh]i St. Eustatius, Saba, St. Martin: Cassave-, gekweekt. Curasao, Aruba, Bonaire: Cassave; gekweekt. 4454. Codiaenm A. Juss. Codiaenm Tariegatnm BI: ÖT. Eustatius, Saba, St. Martin: Croton; gekweekt. Curasao, Aruba, Bonaire; gekweekt. 4486. Hippomane L. Hippomane mancinella L. “du;Gris. 0,5 cMl ianggesteelde bladen, die naar top en basis spits toeloopen en 7 — 10 cM. lang en 3—5 cM breed SgtdeaanaSnS1S ? fh!rp affescheiden van...”
15

“... bladschijf- de alleenstaande, okselstandige, langgesteelde bloemen zijn voor- namelijk aan de einden der stengels geplaatst; de vruchten zijn voorzien van spitse, behaarde punten. St. Eüstatius, Saba, St. Martin. Curasao, Aruba. Sida rhombifolia L. Rechtopgroeiende plant met lancetvormige, eenigszins ruitvormige bladen, die van een eindje boven den voet af scherp gezaagd zijn en 3,5-5,5 cM. lang en 1-2 cM. breed zijn; de groote bloemen zijn alleenstaand in de bladoksels op meer dan 2 cM. lange steien. Saba, St. Martin. Sida spinosa L. Hoogopgroeiende plant met zachtviltige bladen, die 1 —4 .cM. lang en 0,5 —2,5 cM. breed zijn, een eenigszins hartvormigen of breeden voet hebben en onregelmatig gekarteld zijn; de bloemen staan in verkorte bloeiwijzen in de bladoksels en vormen dikwijls aan het eind der takken een samengestelde bloeiwijze. St. Eüstatius, St. Martin. Curaqao, Aruba, Bonaire: Jeerba foeTcoe. Sida spinosa var. angustifolia Gris. Deze onderscheidt zich van S...”
16

“...OPUNTIA -- AMMANNIA. 301 Peireskia bleo P. DC. De dikke, rechtopgroeiende takken zijn vleezig; de elliptische, kortgesteelde of zittende bladen zjjn 15 cM. lang en tot 7 cM. breed; aan den voet van de bladen staan twee of meer tot 3 cM. lange, rechte stekels; het vrucht- beginsel heeft geen stekels. St. Eijstatius, Saba, St. Martin; gekweekt. Cubacao, Abuba, Bonaire: Goeamaatsjoe; gekweekt. Fam. 214. Thymelaeaceae. 5449. Daphnopsis Mart. et Zucc. Daphnopsis caribaea Gris. Boom met eenigszins elliptische tot lancetvormige, lederachtige bla- den, die naar top en basis spits toeloopen, twee en een half maal zoo lang als breed en meestal 10—15 cM. lang zijn; de bloemen staan in half kogelvormige, kleine bloeiwijzen, die tot trossen ver- eenigd zijn; de kleine, eenslachtige bloemen bestaan uit een buis- vormigen kelk met 4 kelkblaadjes, 8 meeldraden en een éénhokkig vruchtbeginsel met één zaadknop. St. Eüstatius, Saba, St. Martin : Maho. Fam. 216. Lythraceae. Planten...”
17

“... behaarde bladen met hartvormigen voet, spitsen top en ovale zijlobben, zijn langgesteeld, en hebben de bloemen in één- tot zesbloemige bloeiwijzen op korte steeltjes geplaatst; de niet leerachtige kelkbladen zijn tot 1,5 cM. lang; de bloemkroon is tot 6 cM. lang. Curasao. Ipomoea arenaria Steud. De bladen zijn zeer diep ingesneden met drie lobben, die aan den top knots vormig verbreed of zelf weer ingesneden zijn; de bladen hebben een eenigszins hartvormigen voet en de lobben zijn tot 0,8 cM. lang en 0,1-0,2 cM. breed; de 2 cM. lange bloemen staan alleen of bij tweetallen. St. Martin. Ipomoea batatas Poir. kalen, 1 cM. langen kelk en een meer dan 3 cM. lange bloemkroon. Sr. Eustatius, Saba, St. Martin: Sweet potato-, gekweekt. Curasao, Aruba, Bonaire: Bataata doesji; gekweekt. Ipomoea calantha Gris. De bladen, die een diep hartvormigen voet en een zeer spitsen top bezitten, zijn 6-8 cM. lang en 4-6 cM. breed en aan den onder-...”
18

“..., in tegenstelling met de kleinere bladen, die afgerond zijn; de bloemen zijn geplaatst in zeer rijk vertakte, pluimachtige bloeiwijzen; de vruchten zijn 1 cM. lang en geplaatst op een platten vruchtkelk. St. Eustatius, Saba : Manjack. Cordia tremula Gris. Boom met gladde, onbehaarde, 2,5 cM. lang gesteelde bladen, die bijna cirkelrond of iets eivormig en 5 —6 cM. lang en breed zijn; de bloemen zijn geplaatst in pluimvormige bloeiwijzen ; de 1,3 cM. lange vrucht is geplaatst op een platten, 1 cM. grooten vruchtkelk. Saba. 7042. Beureria Jacq. Beureria succulenta Jacq. Boom met gladde, kale, elliptische bladen, die naar top en basis onge- veer even spits toeloopen; de bladen zijn 4 — 6 cM. lang, 2,5—4 cM. breed en 0,5 — 1 cM. lang gesteeld; de bloemen staan in rijk- vertakte, pluimvormige bloeiwijzen en hebben een vijftandigen kelk, die bij het rijp zijn van de vruchten schotelvormig gerekt en öfuitge- scneurd is; de trechtervormige bloemkroon is aan den zoom 1 cM. in...”
19

“... 5 Bladen aan den onderkant eenigszins viltig behaard Tournefortia carïbaea 338 Bladen aan den onderkant kaal . . . Tournefortia volubilis 339 Tournefortia bicolor Sw. De elliptische tot lancetvormige bladen, veelal 7 —14 cM. lang en 3-6 cM. breed, hebben een ongeveer gelijk toegespitsten top en basis en zijnerven, die aan den onderkant niet zeer sterk te voor- schijn treden; de bloemen staan in pluimvormig samengestelde bloeiwjjzen, die veelal 1 — 2,5 cM. lange zijtakken hebben. Saba. Tournefortia caribaea Gris. Klimmende heester met naar den top zeer spits toeloopende, lancetvormige bladen, die aan den onderkant eenigszins viltig be- haard zijn, veelal 3—8 cM. lang en 1 — 3 cM. breed zijn en de grootste breedte dicht bij den bladvoet hebben; de bloemen staan in een sterk dichotoom vertakte bloeiwijze met draaddunne takken en zijn 0,3—0,4 cM. lang; de vrucht bestaat uit 4 kogelronde deelvruchtjes. Saba. Tournefortia filiflora Gris., Syn. Tournefortia foetidissima DC...”
20

“...378 RUBIACEAE. Psychotria pinnnlaris Sessé et Moc., Syn. Psychotria horizontalis Gris. De dunne, elliptische tot lancetvormige bladen hebben eenbladvoet, die lang3 den geheelen bladsteel afloopt, en zijn 4-7 cM. lang en 2 — é cM. breed; de gesteelde bloemen staan in langgesteelde, schermvormige trossen en hebben een bijna gaven kelkzoom. St. Eüstatius, Saba, St. Martin. Psychotria undata Jacq., Syn. Psychotria rufescens Gris. De breed lancetvormige, eenigszins bruinachtige bladen, die voorzien zijn van tot een kokertje vergroeide steunbladen, zijn 7 — 14 cM. lang en 2,5—5 cM. breed met spitsen top en voet; de zittende bloemen zijn geplaatst in vrij langgesteelde, schermvormige bloei- wijzen en hebben een bijna gaven kelkzoom. St. Eüstatius, Saba, St. Martin: Bastard cancker berry. 8401. Palicourea Aubl. Palicourea domingensis DC., Syn. Palicourea pavetta DC. Heester met 1,5 cM. lang gesteelde, lancetvormige bladen, die een spitsen voet hebben en 10 — 20 cM. lang en 3...”