| 1 |
 |
“...576
wat nader .beschouwen. — De mauritia flexuosa
komt het meest voor, in het bijzonder in zandige moe-
rassen, waar hij vaak heele wouden vormt; zelfs in den
drogen tijd vindt men in deze op eenen voet diepte overal
water, dat steeds roodachtig gekleurd is. De mauritia-
palm is tot 40 M. hoog en heeft 2 a 21/2 voet doorsnede;
aan den top zijn een dozijn bladeren waaiervormig uit-
gespreid. De vruchttros, waaraan honderden glanzigbruine
vruchten van de grootte eens appels prijken, kan door
twee menschen nauwelijks worden gedragen; de Indianen
eten het vruchtvleesch alleen bij gebrek aan wat beters.
De stam geeft, vóór de trossen zich openen, een zoet sap,
wanneer men er in boort; uit dat sap kan men suiker
en brandewijn bereiden. In den gevelden stam legt eene
soort kever gaarne eieren, waaruit zich weldra groote maden,
de smakelijke palmwormen, ontwikkelen. De jonge,
onontwikkelde bladeren geven eene soort vlas, waarvan de
Indianen algemeen hangmatten vervaardigen...”
|
|
| 2 |
 |
“...
Bovengedeelte (v. Cur.) 610
Brahma 110, 197
brahmanen 197, 231
Brahmanisme 197
Brandaris 614
Brandewijnsbaai 263, 285
Brantas 106,110,111,134
bras 55
Braziliaansche geb. 581«
Brazilië 61
Brebes 126
B(r)engbreng (geb.) 96 1
breuklijnen 488
breukranden 22
Brindisi 557
British North Borneo Com
pany 397, 400
broedjoelan-stelsel 164 1
Broenei 354, 364, 303,
305
Brokopondo 585
bromeliën-vlas 579
I Bromo 110...”
|
|