| 1 |
 |
“...; het goud
der Kahajan heeft de bewoners lui en vadsig gemaakt;
de rivier van Katingan of Mendawei, tot den
mond der van het noordwesten komende Samba voor zeer
groote prauwen bevaarbaar;
de rivier van Sampit, de Pemboeang, de rivier
van Kotaringin en de Djellei, alle van de hoofdas
van het eiland evenwijdig zuidwaarts stroomende; te Kot a
Waringin vindt men den vervallen kraton van den
vorst van dat land, onzen leenman, vroeger een leenman
van den sultan van Bandjermasin.
Ook in het stroomgebied van Zuid-Borneo staat de
bevolking der binnenlanden in vele opzichten tegenover
die der kuststreken.
In Doesoen, het gebied der Boven-Baritoe, ook in
den bovenloop der vijf kleine rivieren in het westen,...”
|
|